De grijze verf van historici

In het augustus/septembernummer 2006 van het literaire tijdschrift Hollands Maandblad schreef emeritus-professor Maarten Brands een artikel over Nederland en de Eerste Wereldoorlog onder de titel: ‘De grijze verf van historici, WO I blijft aan Nederland voorbijgaan’. De redactie van deze site wil u de laatste alinea van het artikel niet onthouden. Deze luidt als volgt:

‘Maar de hoofdvraag voor mij was in 1997 en blijft ook nu welke plaats de Eerste Wereldoorlog in de collectieve herinnering en in het geschiedbeeld van het gespaarde Nederland speelt. Geen, moet het antwoord zijn. Daaraan wordt niet veel veranderd door de recent groeiende aandacht ten onzent voor de Eerste Wereldoorlog, die bijna lijkt op een kleine hype. Er is plots veel meer (ik in elk geval verbale) aandacht in universitaire onderzoeksprogramma’s voor WO I, er is een soort morbide populariteit van tripjes naar de slagvelden in België en Noord-Frankrijk en er zijn allerhande verwarrende uitingen van een ‘we too’-sentiment. Het lijkt een beetje op een inhaalslag: ook aan Nederland is WO I niet voorbijgegaan, wij doen ook mee, er is ook bij ons heus wel heel wat gebeurd in de jaren 1914-18! Correctie van de geschiedenis leidt nu eenmaal vaak tot overaccentuering.

En deze overaccentuering leidt tot scheeftrekken van de geschiedenis naar de andere kant. Wanneer de WO I bezien wordt als één groot, ‘all-embracing’ gebeuren, waarin ‘wij’ ook meededen, dreigen de grote verschillen in gevolgen per land van deze ingrijpende oorlog verdoezeld te worden. Het onderscheiden van hoofdzaken en bijzaken blijft een eerste taak voor elke historicus. Daarbij dient vooral vermeden te worden dat een gezichtshoek wordt gekozen van waaruit een muis en een olifant even groot lijken.

Nederland was in de Eerste Wereldoorlog een muis. Dat - en de nationale obsessie met de Tweede Wereldoorlog - heeft ertoe geleid dat politici en historici te weinig oog hebben gehad voor het feit dat die eerste oorlog, en niet de navolgende, de kaarten in Europa heeft geschud. ‘History is what a country wants to remember and tries to forget’ luidt een bekend gezegde waarvan niemand de oorsprong schijnt te weten. In ons geval hebben we wat betreft de Eerste Wereldoorlog niets te herinneren en ook niets te vergeten. Daardoor hebben we een beeld gekregen van de twintigste eeuw dat fundamenteel afwijkt van dat in onze buurlanden, hetgeen ons begrip van de wereld niet ten goede is gekomen.’

 

Commentaar van de Stichting:

Hoewel wij het in grote lijnen geheel eens zijn met de stelling van professor Brands lijkt het ons dat het een het ander niet geheel behoeft uit te sluiten. Nederland was inderdaad éen muis’in het grote alles omvattende wereld gebeuren dat ‘Grote Oorlog’werd genoemd maar wat er na die oorlog over bleef was een ‘muis zonder herinnering’. Toch gebeurde er veel (zij het dan op ‘muizenniveau’) dat voor ons land wel degelijk belangrijk is geweest En juist de herinnering aan die voor Nederland toch belangrijke periode was praktisch verdwenen. De laatste tijd echter, als gevolg van de toenemende belangstelling, mede veroorzaakt door de activiteiten van onze stichting, komt die herinnering weer naar boven. En dat is, dunkt ons, noodzakelijk om de interesse te stimuleren zich bezig te gaan houden met het feit dat die eerste oorlog, en niet de navolgende, de kaarten in Europa heeft geschud.

Brands heeft echter volkomen gelijk. Het is teleurstellend dat , nu de Eerste Wereldoorlog weer in het aandachtgebied is gekomen, onze vaderlandse historici zich toch vooral bezig houden met strikt Nederlandse onderwerpen. Welhaast niemand vraagt zich af hoe dat wereldconflict toch wel is ontstaan en de kennis daarover is inderdaad vaak beschamend klein. Verder dan het herhalen van, overigens veelal reeds lang achterhaalde gemeenplaatsen over de ontstaansgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, (Duitsland was de schuldige als axioma) komt men toch niet. Enige interesse om nu toch vooral ook de rol van de andere participanten in die oorlog nog eens te onderzoeken, is niet merkbaar aanwezig. Zelfstandig en kritisch onderzoek daarnaar wordt op onze universiteiten niet of nauwelijks gestimuleerd, eerder afgeraden! Dit gebrek aan interesse en de (en wij zijn het hier volstrekt met Brands eens) nationale obsessie met de Tweede Wereldoorlog heeft ertoe geleid dat politici en historici te weinig oog hebben voor het feit dat die eerste oorlog, en niet de navolgende, de kaarten in Europa heeft geschud.

Zolang dat zo is, zal onze Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog dan ook voortgaan met haar pogingen de werkelijke betekenis van de Eerste Wereldoorlog voor de geschiedenis van Europa onder de aandacht te brengen. Het is ook daarom dat wij de visie van professor Brands en zijn kritisch geluid over onze historici en politici op dit gebied, van harte ondersteunen.

Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog

J.H.J. Andriessen
Voorzitter

overzicht: