Brief 1918-08-30 van Auguste Chanson aan zijn vrouw

De 30steaugustus. In het leger. 1918 (staat op de enveloppe).

Mijn lieve Berthe,

Het is nu al drie dagen dat ik niet geschreven heb, want we worden nog steeds aangevallen. Wat een slachtpartijen. Ik verzeker je dat ik wel zou willen dat we rust kregen want ik ben zeer vermoeid.
Ik heb al 48 uur doorgebracht zonder iets te eten terwijl de granaten als een aperitief rondvliegen. Het is een droevig leven, al die vuile rotmoffen doen dat, maar we praten er niet meer over. Doch ongelukkigerwijze blijven veel van de onzen achter op het terrein (slagveld). Dat is niet leuk om te zien.


Het koren dat gemaaid was en in de hooiberg gedaan, hebben ze allemaal verbrand voor ze weggingen. Het is als in de arme stad N. Het is erg triest om dat te zien, al die mooie dorpen zijn nu slechts ruïnes en bijna alle vruchtbomen zijn tot op rijkhoogte kaalgeplukt. Het zijn complete vandalen.
Maar ondanks dat is mijn gezondheid (vervolg verder op de zijkant geschreven) vrijwel goed en ik hoop dat het jullie bij ons (Dampierre) ook goed gaat.
En in die grote helse toestand waarin ik leef, verlaat ik je door je heel goed te omhelzen, vele malen. Hij die van je houdt, lieveling, heel veel.

Auguste.

Brief 30 augstus 1918

overzicht: