Brief 1918-04-22 van Berthe aan Auguste Chanson

Een brief van Berthe Chanson aan haar man Auguste, geschreven op de 22steapril 1918.

De interpunctie is iets beter; ze schrijft tenslotte al bijna vier jaar. Ze verwijst in deze brief naar het Duitse eindoffensief in het voorjaar van 1918. Ook wordt verteld over de voedselbonnen die verstrekt werden aan gezinnen van wie de man in het leger dient. Je krijgt een duidelijke indruk hoe ze in Dampierre rondkomen.

Zoals reeds eerder is vermeld moet briefwisseling vanuit de frontlinie via invulkaarten plaatsvinden, vandaar dat het moeizaam verloopt. De tussen haakjes gezette zinnen staan niet in de brieven vermeld.

 

Dampierre, de 22ste april ‘18

 

Mijn lieve Auguste

 

Na vijf dagen wachten heb ik zojuist twee brieven ontvangen van de 15de en 16de (april). Jij klaagt ook dat je de mijne niet goed ontvangt op dit moment.

Je ziet dat ik geen geluk meer heb (om mijn brieven op tijd te laten aankomen) en dat ik me ongerust begon te maken, vooral omdat ik weet dat je in die weergaloze veldslag zit. Je vraagt me wat men er hier van denkt. Wat wil je? De meningen zijn nogal uiteenlopend. De één beweert dat, volgens de voorbereidingen die men heeft uitgevoerd - vooral de Amerikanen - het nog lang zal duren. Anderen denken in tegenstelling daarvan, dat dit de laatste veldslag is en dat deze de vrede zal brengen.

Dat is mogelijk, maar ja, hoe lang zal het nog duren? Je moet altijd verwachten (maar denken) aan een goed deel van de zomer. Kortom, laten we steeds maar het geduld bewaren.

Ik heb in de krant gezien (gelezen) dat er wanorde was in Oostenrijk. Wie weet of de zaken zich niet anders zullen ontwikkelen dan door de wapens en misschien eerder dan men denkt; laten we altijd maar (blijven) hopen.

Niet veel nieuws bij ons. Het varkentje eet goed, het kleintje ook    (nieuwe bladzijde).

 

Ik geef haar nog maar een beetje melk om haar water wit te maken. Wat de koe betreft, ik heb haar niet buiten kunnen doen deze dagen want het regent al drie dagen en het is erg koud.

Ik moet je zeggen dat we sinds vandaag de nieuwe voedingskaart hebben met de bonnen voor het brood. Ik ben ingedeeld bij de werkenden met 400 gram (brood) per dag, Yvonne bij de volwassenen met 300 gram en Jeanne bij de kinderen; ze krijgt slechts 200 gram. In totaal 900 gram.hetgeen net genoeg is. Dus zal ik iedere dag ‘s avonds een maaltijd klaar moeten maken zonder brood (voor een Fransman een ramp).

Gelukkig dat we melk hebben en ik nog 35 kilo aardappelen gekocht heb. Ik heb sinds twee dagen drie kleine ganzen en ik zal er nog wat (eieren) op uitbroeden zetten, want dat kost het minste om ze groot te brengen. Dat zal van pas komen wanneer je met verlof zal komen of, als je voorgoed terug komt, wat nog beter zou zijn.

Laten we steeds in deze hoop leven en, in afwachting daarvan, stuur ik je duizend zoenen namens ons drieën.

 

Je Berthe

 

(Schuin links):

Ik had 5 frank voor je in mijn laatste brief gedaan. Heb je die ontvangen?

 

 

 

 

overzicht: