Brief 1916-06-04 van Berthe aan haar man Auguste Chanson

In deze brief verwijt Berthe haar man Auguste Chanson dat hij tijdens een rustperiode in het leger geld nodig heeft om eventueel de bloemetjes buiten te zetten. Op 8 juni 1916 zal hij zich kranig en mijn inziens met succes verdedigen op de aantijgingen van zijn vrouw.

Het blijkt ook hier weer dat soldaten de afschuwelijkste oorlogservaringen vermijden in hun brieven naar huis. Thuis was men vaak niet op de hoogte. Zie ook zijn antwoord.

Voorts blijkt opnieuw dat er geen kop en kont in zo’n brief zit. In feite is het één langgerekte zin met nogal wat taalfouten, hoewel Auguste er meer maakt dan Berthe. Hun beider opleiding zal met lagere school wel ophouden. (Zie de originelen, d.d  4 en 8 juni).

Mijn vertaling blijft wat stijf en houterig. Ik doe dit bewust omdat schrijftaal in die tijd wat formeler was.

 

Dampierre, de 4de juni 1916, 4 uur 30 in de morgen.

 

Mijn lieve Auguste,

 

Ik schrijf je al ‘s morgens vroeg want vandaag gaan we misschien aan het  hooi werken. Maar gisteren hebben we niets kunnen doen omdat het bijna heel de dag geregend heeft.

Ik had je gezegd dat ze eergisteren waren begonnen (het gras onder) alle populieren te maaien en 50 meter aan het eind.

Omdat het weer geen regen voorspelde, had ik alles op willen hopen. Daar ben ik nauwelijks goed in geslaagd maar morgen schijnt het weer zich te herstellen en ik denk dat het mooi weer zal worden. Omdat het zondag is, heeft mamma me beloofd om me te komen helpen. Mevrouw Véber zal vanmiddag ook komen maar we zullen niet met velen zijn, vooral als de Quillery (kegelbaan annex uitspanning) vanmorgen gemaaid heeft, want waar je nu ook bent er staat gras tot aan je schouders en zeer dik.

Als we de kans hebben om het (hooi) goed binnen te halen, denk ik dat we de schuur goed zullen vullen. Er zal hier veel werk zijn. Als ik nu maar goed gezond was, doch ik heb een stevige griep opgelopen enkele dagen geleden en ik ben niet erg sterk. Er is niet veel werk voor nodig om me erg moe te maken.

Ik heb gisteren je brief ontvangen van de 31ste (mei). Je schrijft me dat je je niet erg lang zal inspannen want anders zou je maar dommigheden schrijven. Je brief die ik de vorige dag heb ontvangen, was zo zonderling geschreven (zie nu andere kant van de Franse bladzijde) dat ik hem nauwelijks kon lezen. Ik vraag me af wat je dwars zit op dit punt.

Je zei me dat je in rust was. Dat zal dan zoals altijd in Boncourt zijn en je zegt ook dat je geen tijd hebt om te schrijven. Echter, je hebt wel de tijd gevonden om naar Commercy te gaan, want Cornette schreef aan zijn vrouw dat hij jou daar gezien had en dat je er sliep. Ik heb niets gedaan om iemand te spreken toen ik dat vernam, maar ik heb er lang over nagedacht. Je hebt me altijd gezegd dat wanneer je in rust was, dat je in Boncourt sliep. Welnu, waarom de nacht in Commercy doorbrengen? Je hebt me laatst om geld gevraagd. Dat was dus omdat je bijna niets meer had. En toch had je het (geld) nodig om in de stad te slapen, temeer daar er slechts kamers zijn die geld kosten. Zie je, lieve Auguste, ik heb geen spijt van het geld dat ik je heb gestuurd. Je zult gezien hebben dat ik gedaan heb wat ik kon doen. Want ik verberg niet voor jou dat ik momenteel erg krap zit en als ik verplicht was geweest om mensen (in huis) te nemen om ze te voeden, zou ik het nog vervelender gevonden hebben. Wel, als ik me bedenk dat jij geld uitgeeft om de bloemetjes buiten te zetten zoals veel anderen, zou ik daar heel veel verdriet van hebben, want ik had vertrouwen in jou en dat je je rang (woord) houdt zoals je me het zei. Ik hoop dat wat hierboven staat, je me eerlijk uitleg zal geven. In afwachting daarvan,  omhels ik je toch vele malen ondanks alles.

Je Berthe

 

 

 

overzicht: