Brief 1

Uit de Belgische Archieven / 1905-1914

Berichten der Diplomatieke Vertegenwoordigers van België te Berlijn, Londen en Parijs aan den Minister van Buitenlandsche Zaken te Brussel.



No. 1, pagina ½

Graaf de Lalaing, Gezant van België te Londen, aan Baron de Favereau, Minister van Buitenlandsche Zaken



Londen, 7 Februari 1905

Mijnheer de Baron,

De vijandelijke gezindheid van het Engelsche publiek tegenover de Duitsche natie is niet van jongen datum. Zij schijnt gegrond te zijn op ijverzucht en vrees. Op ijverzucht uit overweging van Duitschlands plannen op economisch en handelsgebied; op vrees, omdat men waarneemt, dat de opperheerschappij ter zee, de eenige waarop Engeland aanspraak kan maken, wel eens door de Duitsche vloot kon worden bestreden. Deze gemoedstoestand wordt bevorderd door de Engelse pers, zonder zich om internationale verwikkelingen te bekommeren; en een schimpscheut op den eerzuchtigen keizer en het gekonkel van zijn kanselier erlangt onfeilbaar den bijval der groote massa.

Op aanval volgt verweer en er valt een daarmede gelijken tred houdende verbittering bij de Duitsche schrijvers en journalisten waar te nemen. Dezer dagen deed Dr. Paasche een alarmkreet hooren bij het bericht, dat de Engelsche Admiraliteit in de Noordzee het eskader wilde concentreeren, dat tot nog toe gestationneerd was in de Middellandsche Zee, en achtte dit een bewijs, dat voor de regeering te Londen in Europa geen andere vijand is te vreezen dan Duitschland. De vorige week heeft op een officieel diner de heer A. Lee, Civil Lord of the Admirality, zich met loftuitingen uitgelaten over de jongste hervormingen, door de regeering tot stand gebracht, welke het mogelijk maken den eersten slag toe te brengen voor dat de tegenstander gereed is, zelfs vóórdat de oorlog is verklaard. Hij voegde er bij, dat vooral naar de Noordzee de admiraliteit haar waakzaamheid moest richten.

Deze uitlating heeft groot opzien in Duitschland gebaard. Dientengevolge tracht men de dingen weer in orde te brengen en men verzekert hier, dat de uitlating van den heer Lee onjuist is uitgelegd, want dat beide regeeringen in goede verstandhouding tot elkaar staan en willen blijven; maar de chauvinistische geest heeft vrij spel bij het Engelsche publiek en de bladen brengen geleidelijk de openbare meening op een dwaalspoor, zoodat men is gaan meenen, dat Duitschland het recht zou missen zijn strijdkrachten ter zee te vergrooten en dat zijn marine-begrooting een uitdaging van Engeland zou zijn.

Aanvaard, mijnheer de Baron,

w.g. Graaf de Lalaing

overzicht: