Bezoek aan het Musee de la Grande Guerre du Pays de Meaux

Eric R.J. Wils

 

Vorig jaar werd op 11 november 2011 een nieuw museum over de Grote Oorlog geopend in Meaux (zie: www.museedelagrandeguerre.eu). Franse commentaren zijn nogal wisselend en variëren van een ‘Palais de la découverte’ tot een ‘Disneyland du poilu’. Het museum is gebouwd ten noorden van Meaux naast het grote standbeeld dat daar in 1932 werd onthuld. Dit monument, getiteld ‘La liberté éplorée’, is een geschenk van de Amerikaanse regering voor de heroïsche strijd die de Fransen in september 1914 hebben gevoerd en waarbij de Duitsers tot aan Meaux aan de Marne kwamen. Voor de opening van het museum is de 26 meter hoge vrouwenfiguur met de gevallen zonen aan haar voeten weer mooi schoongemaakt.

Het museum is als een platte doos tegen de heuvel aangebouwd. De 3000 vierkante meter expositieruimte herbergt een deel van de opgebouwde verzameling van de publicist en verzamelaar Jean-Pierre Verney. Zijn totale collectie bestaat uit 50.000 stukken (objecten en documenten) en daarvan kan slechts een deel permanent getoond worden. Het geheel is allemaal netjes tentoongesteld, wat natuurlijk een groot contrast vormt met de realiteit van de alledaagse smerigheid van het front. Het eeuwige dilemma van een oorlogsmuseum dat nadrukkelijk mikt op een educatieve taak voor de Franse schooljeugd. Maar het verschil met bijvoorbeeld het informele museum Romagne ’14-’18 van Jean-Paul de Vries, waar voorwerpen worden getoond zoals ze gevonden zijn, is enorm.

 

De vitrine met de uniformen uit 1914 die uitkomt in de centrale hal van het museum.

 

 

De permanente tentoonstelling is verdeeld in twee thema’s die naast elkaar worden gepresenteerd. De historische route begint in 1870 met een multimedia presentatie in een zaal waarin een beeld van een triomferende poilu is verenigd met een wandvullende tekening van Tardi. Deze realistische tekenaar maakte samen met Verney de boeken Putain de guerre. De geschiedenis van de oorlog wordt in totaal 13 stations weergegeven. De eerste zes kleinere zalen vertellen de militaire en politieke geschiedenis van Europa van 1870 tot aan augustus 1914. De zesde zaal komt via drie vitrines uit in de grote centrale hal van het museum. De soldaten van augustus 1914 marcheren aldus de oorlog in. De verscheidenheid aan getoonde Franse uniformen in die drie vitrines is omvangrijk. De Britse en Duitse militairen komen er duidelijk minder bedeeld af en dat geeft ook aan dat het in dit museum voornamelijk draait om de Franse strijd tegen de Duitsers.

In de centrale hal wordt het verloop van de oorlog weergegeven beginnend met de strijd aan de Marne van 1914 (station 7) tot de tweede slag aan de Marne van 1918 (station 9). Informatieborden, foto’s, affiches en films zorgen voor de toelichting. De begeleidende teksten zijn behalve in het Frans, ook in het Duits en Engels gesteld. In de centrale hal staan onder meer kannonen opgesteld, hangen twee vliegtuigen aan het plafond, is een Parijse taxi uit 1914 te zien, een postduivenwagen, een Berliet vrachtwagen uit de strijd om Verdun en een Renault FT17 tank die uit de grond omhoog komt. De Franse en Duitse loopgraven zijn gereconstrueerd waarbij de Duitse gedeeltelijk in beton is weergegeven. Om het geheel wat realistischer te maken, worden op de muur achter de loopgraven oorlogsdocumentaires vertoond. Achter de tweede strijd aan de Marne van de zomer 1918 is in de centrale hal nog even de laatste fase van de oorlog en de wapenstilstand gepropt. Via een smalle gang wordt men dan naar de uitgang geleid. In die gang hangen informatieborden over de periode na de oorlog.

 

 

 

De Duitse loopgraven met een filmprojectie op de achtergrond.

 

Parallel aan het historische verloop van de oorlog worden in tien zalen meer algemene zaken gepresenteerd over de veranderde krijgsmethoden, bewapening, medische zaken, het thuisfront, de positie van de vrouw en vitrines met heel veel uniformen. Het uniform van iedere soldaat van alle aan de oorlog deelnemende landen is in het museum te zien. De laatste van de tien zalen is gewijd aan de Verenigde Staten van Amerika, waarbij des te meer opvalt hoe bekaaid de Britten ervan afkomen. Maar goed, daarvoor moet men maar het Imperial War Museum te Londen bezoeken.

overzicht: