Anton Piek en de Eerste Wereldoorlog

We kennen hem allemaal van de Efteling maar wie was Anton Pieck eigenlijk.

Anton Pieck geboren 19 April 1895 te Den Helder overleden 24 November 1987 te Overveen.

 

Zijn jonge jaren tot aan zijn huwelijk in 1922 met Jo van Poelvoorde

Met zijn tweelingbroer Henri, groeide Piek op in Den Helder, hun vader was bij de marine . De tweeling had een hele moeilijke jeugd. Zij reageerden daarop ieder naar eigen aard. Henri met het hautain van de grandseigneur voor wie alle geldzaken onbelangrijk waren en Anton met een tot levensregel wordende zekerheid, dat hij niets zou kunnen krijgen of bereiken als hij niet vroegtijdig leerde zelf voor het geld te zorgen.  Anton en zijn broer begonnen al heel vroeg met tekenen. Het volgende werd eens door zijn moeder verteld: Ze vond hem op driejarige leeftijd snikkend voor het raam staan en ze vroeg hem waarom hij huilde? Het snikkende antwoord was: „IK KAN DE REGEN NIET TEKENEN” en zo bleef ook de latere Pieck worstelen met zijn eigen gekozen tekenproblemen.

Op 6 jarige leeftijd kreeg hij en zijn broer tekenles bij de heer Mulders in Den Helder. Van Mulders moesten ze tekenen naar voorbeelden, zoals stillevens.

Als hij geen les had ging Anton naar buiten en tekende kinderen, en tekende heel veel in de natuur. Henri vond snel zijn weg naar de mens. Hij hield ervan mannen en vrouwen te schetsen. Anton vond de mens iets komisch hebben en hij vond meer en meer de mogelijkheden dat oude voorbije op te roepen en hij kreeg al heel gauw een eigen sfeer. Het verleden, vooral de negentiende eeuw, inspireerde hem. Op elf jarige leeftijd aquarelleerde hij een stilleven waarmee hij de 1e prijs won. De prijs bestond uit 5 tuben waterverf en een fixeerspuitje. In dat zelfde jaar verhuisde de familie naar Den Haag en ook daar kreeg hij tekenles.  In 1909, hij was toen 14 jaar, behaalde hij zijn eerste tekenakte en drie jaar later zijn tweede. Hij was nu leraar tekenen. Hij kreeg een aanbod als docent bij de heren Bik en Vaandrager (daar had hij ook zijn opleiding gevolgd) en de heren wilde hem graag behouden voor hun school. Anton neemt dit aan. Zijn broer Henri kreeg de gelegenheid om in Amsterdam de academie voor beeldende kunsten te bezoeken. Het gezegde: „Henri is artiest, Anton de tekenaar”, dook weer op . Hij probeerde het zich niet aan te trekken. Hij gaf ook les in cultuurgeschiedenis en dat vergoedde veel.  Ook Den Haag,het grootste dorp van Europa, gaf hem veel.  Prachtige musea, Pulchrie Studio, Haagse Kunstkring enz.enz..

Plotseling werd zijn leven evenals miljoenen anderen opgeschrikt door het uitbreken van de 1e W.O..  In 1915 moest hij voor zijn nummer in dienst.  Henri ontsnapte aan de dienstplicht.  Anton werd goedgekeurd en kreeg s’konings jas en men schreef hem in.  Dat ging zo Jij….wat ben je van je vak?  Kunstschilder? …., prima, dan kan je meteen beginnen met de w.c.’s te witten.  Dat was zijn entree bij het leger.  Hij kwam te liggen in de Haagse Oranje kazerne.  Hij beschreef het als een vuil, tochtig, uitgeleefd hol, maar het trok hem ook als kunstenaar aan. Er was maar een ding waar hij vreselijk bang voor was de massa, zijn medesoldaten.  Maar dat viel gelukkig heel erg mee.

In 1916 werd hij in Amersfoort gedetacheerd.  Zittend op zijn strozak bewerkte hij zijn koperen plaat en veel van zijn kameraaden profiteerden er van en gingen naar huis met een “Piekje”.  Zijn commandanten vonden hem wat vreemd en men liet een psychotechnisch rapport van hem maken waarin o.a. te lezen was: “Anton Pieck kijkt meer naar het verleden dan naar de toekomst en hij zal het daardoor wel niet ver brengen”.  Het resultaat van het onderzoek zou hem nog lang amuseren.

Inmiddels was hij sergeant geworden en was zeer geliefd bij de manschappen.  Als hij met de troepen uitrukte mochten de soldaten urenlang luieren op de Leusderheide.  Een paar wachtposten stonden op de uitkijk naar controlerende superieuren en hij had dan heerlijk de tijd om uitgebreid te tekenen.  Het was natuurlijk niet in het belang van het vaderland maar wel voor de ontwikkeling van Anton, maar achteraf heeft het vaderland er niet onder geleden.

Er volgde een overplaatsing naar Den Haag waar hij vreselijk blij om was en hij werd geplaatst bij het O en O (Ontwikkeling en Ontspanning).  Hij gaf tekenles aan gemobiliseerden.  Dit was zijn taak in het leger geworden.  Hij sliep weer thuis inde Weimarstraat en droeg buiten de diensturen gewone kleding.  In zijn vrije tijd ging hij reizen maken naar stadjes om te tekenen.  In Amersfoort had hij al veel getekend.  Een beroemde ets boven de ingang van de St.Joriskerk o.a..

In 1917 ontstond ook de beroemd geworden ets van de Cuneratoren in Rhenen. Van 1916 tot en met 1918 etste hij er ruim zestig.

In 1917 kwam een van zijn oude kameraden „Henk van Poelvoorde” zelf amateurtekenaar regelmatig naar zijn atelier, niet alleen om te etsen maar ook de gesprekken die hij met deze nog altijd gesloten mens had bleven hem boeien.  Regelmatig had die aan zijn zus Jo gevraagd of ze niet eens mee wilde naar het atelier van Anton maar ze weigerde steeds en was niet onder de indruk van de verhalen van haar broer. Zelf was ze zeer creatief en was lerares aan de koninklijke Nederlandse Weefschool.  Door de oorlog konden bepaalde grondstoffen, die uit Zweden moesten komen, niet meer aangevoerd worden en moest de school sluiten. Haar broer bleef maar aandringen en uiteindelijk ging ze mee.  Ze vond het maar niets. Hij zegt niets, je moet de woorden uit zijn mondtrekken enz. enz. maar uiteindelijk begon hij los te komen en ze bleven elkaar ontmoeten.  Jo praatte veel, heel veel, maar ze begon te begrijpen dat ze hem niet uit zijn moeilijk opgebouwde wereld moest halen.  Ze hielden van elkaar en wilden gaan trouwen na de oorlog.  Direct na de oorlog ging Anton met zijn broer eerst naar Duitsland en Oostenrijk als illustrator -correspondent.  In Berlijn maakte hij een paar schetsen van onderwerpen die er allang niet meer zijn.  Piek kreeg vriendschap met Felix Timmermans en die had een stimulerende invloed op hem.  In 1920 maakte hij nog een grote ets en dan zijn twee dingen voor die jaren opmerkelijk.  Pieck laat van 1921 het maken van grote etsen achterwege, en hij komt tot kleur.

 

Het schilderen

In 1920 ging hij solliciteren en hij kreeg een betrekking bij het Kennemer Lyceum te Bloemendaal.  In 1922 trouwde hij met Jo van Poelvoorde en verhuisden ze naar Heemstede.  Ze kregen drie kinderen , 2 meisjes en een zoon.   Hij had heel veel steun aan zijn vrouw en door haar kon hij uitgroeien tot iemand die in Nederland bij alle lagen van de bevolking bekend was.

 

J.Reinders

 

Bron: Internet, Anton Pieckmuseum

overzicht: