1917, week 8 Haring als volksvoedsel

Waar het eten van een haring met uitjes vandaag de dag de normaalste zaak van de wereld is, was dat honderd jaar geleden nog niet het geval. Als gevolg van het niet mogen exporteren naar Duitsland, bleef Nederland met een overschot aan haring zitten. Regeringsbemoeienis moest de binnenlandse consumptie van de vis in tijden van voedselschaarste bevorderen. Overigens werd er over het eten van rauwe haring nog niet gesproken…

Er dreigt een enorme voorraad Hollandsche haring door bederf verloren te gaan. Deze haring mag niet naar Duitschland, maar kan moeilijk ergens anders heen. En in Nederland zelf wordt er niet voldoende van gegeten. Door regeeringsbemoeiing is de binnenlandsche consumptie sterk toegenomen, maar er zou nog heel wat meer kunnen en moeten worden bereikt.
 

Tot heden gebruikte men dit gezonde en zuivere voedingsmiddel gezouten, gemarineerd of gerookt (de bokking); de haring is echter, na een paar dagen geweekt te zijn, ook uitnemend geschikt om gebakken te worden. Verscheidene tienduizenden tonnen haring zijn voor onze volksvoeding beschikbaar, thans nog in goeden staat, maar dit betrekkelijk spoedig reeds niet meer.

Bron: De Nieuwe Rotterdamsche Courant, 20 februari 1917

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: