1917, week 5 Het Engelsche mijnveld in de Noordzee

Een scherp Duits commentaar op de Engelse zeeblokkades en mijnenvelden als gevolg van de door Duitsland gevoerde ‘onbeperkte duikbotenoorlog’. Duitsland beschuldigt de Britten van oneerlijke oorlogsvoering, omdat zij met de mijnenvelden ook de zeevaart van de neutrale landen zou bedreigen. Dit zou volgens de Duitsers in strijd zijn met het volkenrecht.

BERLIJN, 31 Jan. (Wolff) Ten aanzien van de hier door de pers bekend geworden kennisgeving der Engelsche regeering, waarin een deel van de Noordzee wordt verklaard tot gevaarlijk zeeoorlogsgebied dat de neutrale schepen alleen op eigen risico kunnen bevaren, nemen de toonaangevende politieke kringen in Duitschland het volgend standpunt in: De bewering over de onbeperkte oorlogvoering van Duitschland ter zee met behulp van mijnen en duikbooten, waarmee Engeland deze daad tracht te motiveeren, is misleidend en houdt geen steek.
Van een onbeperkten oorlog van Duitschland met mijnen kan in vergelijking met den de onzijdige scheepvaart bedreigenden mijnoorlog der Engelschen geen sprake zijn. Ook de Duitsche duikbootoorlog is sedert de laatstafgelegde verklaringen van de Duitsche regeering steeds in volkomen overeenstemming geweest met de ter zake van den zeeoorlog gedane beloften, die met de belangen der onzijdigen rekening houden.

Gelijk de eerste verklaring van de Britsche regeering van 3 Nov. 1914, waarin de onzijdige scheepvaart voor de gevaren van de Noordzee werd gewaarschuwd, is ook de jongste Engelsche kennisgeving een agressieve maatregel, en het verdedigend karakter, dat Engeland er aan tracht te geven is slechts een verzinsel.
In verband met het feit dat de Duitsche duikbooten, overeenkomstig de beloften der Duitsche regeering, bij de oorlogvoering ter zee steeds zooveel mogelijk met de veiligheid van de vreemde scheepsbamanningen rekening hebben gehouden, moet de hiermee in strijd zijnde bewering van de Engelsche regeering als een voorwendsel worden beschouwd voor de verscherping van den door Engeland sedert het begin van den oorlog, in strijd met het volkenrecht gevoerden handelsoorlog.
Do aangekondigde nieuwe maatregelen van Engeland ter zee zijn een nieuw bewijs voor de onbekommerde oorlogsvoering van Engeland tegen Duitschland, waartegen tot dusver van onzijdige zijde geen protest is ingebracht. De Engelsche maatregelen ter zee bedreigen de levensbelangen van Duitschland en zouden de Duitsche regeering kunnen dwingen maatregelen van verweer te nemen.

 

BERLIJN. 31 Januari. (Korr. Nordon.) De Korrespondenz Norden verneemt nader over de Engelsche Noordzeeblokkade uit ingelichte kringen, dat deze niet tot havens en kusten van den tegenstander wordt beperkt maar ook het verkeer ter zee naar onzijdige havens verspert. Sedert eeuwen is aangenomen dat een dusdanige blokkade volgens het volkenrecht ongeoorloofd is.
De artikelen 1 en 13 van de door Engeland verbroken Londensche declaratie vermelden dit uitdrukkelijk. De Fransche professor Renault, die het commentaar op de Londensche declaratie heeft geschreven, doet in het bizonder uitkomen dat een blokkade nooit mag gericht zijn tegen een onzijdige haven, ondanks het belang dat een oorlogvoerende aan de blokkeering van zulk een haven mocht hechten.
Deze Engelsche maatregel wordt hier beschouwd als het eerste uitvloeisel van de nieuwe actieve politiek van het ministerie-Lloyd George, welk in de eerste plaats de neutralen treft.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1 februari 1917

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: