1916, week 51 Kerstklokken

Al sinds het uitbreken van de oorlog in 1914 was het gebruikelijk dat op kerstavond de ‘vredesklokken’ van het carillon in het paleis op De Dam in Amsterdam werden geluid. Ieder jaar weer met de hoop dat er spoedig een einde zou komen aan de oorlog.

Met schrijft ons:
Kerstavond op den Dam!
Het is nu allengs een gewoonte geworden, die wandeling op den avond van 24 December naar het hoofdplein van onze stad, om het Kerstfeest te hooren inluiden. maar het is een gewoonte, die geen sleur wordt, maar altijd weer nieuwe aantrekkingskracht heeft, vooral ook door de ontroerende wijze, waarop de heer J. Vincent de klokken van Hemony weet te beieren.
Vol was het weer op den Dam, voller nog dan andere jaren, alsof er steeds meer behoefte gevoelen de vredesklanken te hooren. Velen hebben naar het paleiscarillon geluisterd.
Er was ook een trilling van blijde hope, hope, dat „Der Kerstklokkenbede”, door den heer Vincent getoonzet op de woorden van Jacoba Mossel:
„Kind’ren van één vader
„Reikt elkaar de hand…”
zal klinken tot ver over onze grenzen en trillen in de zielen der strijdenden.
Nog woedt de oorlog voort, nog vallen dagelijks honderden jonge mannen.
„Wie kan d’ellende en jammer noemen
„En tellen zooveel jonge bloemen.
„Die vroeg verwelkten….”
doch niet langer overstemt het krijgsrumoer de vredesklanken, welke luider en luider opklinken en niet zullen zwijgen, vóór zij het laatste kanon tot zwijgen hebben gebracht.
Een nieuwe Kerstboodschap is tot ons gekomen van de overzijde der Oceaan en zachtkens prevelen duizenden lippen: „Dat de bede verhoord worde!…

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 26 december 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: