1916, week 42 Opkomst landstorm

In september 1916 vond een aanpassing plaats van het Landstormbesluit. Bepaalde categorieën personen, die in eerste instantie waren uitgesloten van de landstormopkomst, konden nu wel worden opgeroepen.

Bij Koninklijk besluit van 25 September 1916 zijn uit art. 14 van het Landstormbesluit, regelende de vrijstelling en voorloopige vrijstelling van landstormopkomst, eenige categorieën van personen geschrapt. In verband daarmede heeft de Minister van Oorlog omtrent de opkomst der landstormplichtigen van de jaarklasse 1910 t/m 1916, behoorende tot bedoelde categorieën, de navolgende regeling getroffen.

De ambtenaren in vasten dienst, werklieden en tijdelijk personeel bij de artillerieinrichtingen moeten zich in het tijdvak 13—25 November 1916 voor den werkelijken dienst aanmelden bij den Commandant van de Werkliedencompagnie. Hun oproeping geschiedt door genoemden commandant. De ambtenaren, werklieden en tijdelijk personeel bij het Rijksmagazijn van geneesmiddelen, ambtenaren, mindere geëmployeerden, kleermakers, buitenwerkers en tijdelijk personeel bij de centrale magazijnen van militaire kleeding en uitrusting, werklieden en tijdelijk personeel bij de militaire verplegingsinrichtingen, leden van commissiën voor de verpleging en de verzorging van leger en bevolking in liniën en stellingen, en leden van de aanschaffingscommissie van voorraden verplegingsbehoeften voor het leger zullen tusschen 13 en 18 November 1916 in werkelijken dienst worden gesteld, bij het depot administratietroepen. Hun oproeping geschiedt door den commandant van dat depot.

Als uitzondering op den regel, welke tot nog toe in het algemeen gold bij de oproeping van de verschillende landstormjaarklassen, zijn van verplichting tot aanmelding niet uitgezonderd diegenen van bedoelde landstormplichtigen die landstormplichtig zijn geworden tengevolge van een hun als militieplichtige verleende vrijstelling wegens kostwinnerschap of wegens persoonlijke onmisbaarheid, om het even, of de vrijstelling tijdelijk of voorgoed werd verleend; die kleiner zijn dan 1.55 M.; die gediend hebben bij de zeemacht — het korps mariniers en de marine-reserve hieronder begrepen — bij het leger hier te lande — het reservepersoneel bij de landmacht hieronder begrepen — bij de gouvernementsmarine in Nederlandsch-Indië of bij de koloniale troepen.

Het personeel, behoorende tot bakkerijen, meelfabrieken, fabrieken van verduurzaamde levensmiddelen kleermakerijen en schoenmakerijan, met welker eigenaren of directiën contracten zijn aangegaan tot levering aan het leger, en het personeel, werkzaam bij aannemers, met wie op het tijdstip van het oproepen van den landstorm contracten loopende zijn voor de levering van uitrustingsstukken of grondstoffen ten dienste van het leger, moeten door de burgemeesters worden opgeroepen, om in December a.s. voor den provincialen adjudant te verschijnen, teneinde in werkelijken dienst te worden gesteld.

Van de oproeping moeten worden uitgezonderd diegenen, die ook buiten oproeping zouden zijn gelaten, indien zij geen deel hadden uitgemaakt van bedoelde categorieën. Indien de werkgever van landstormplichtigen, als bedoeld, van oordeel is, dat zij in zijn bedrijf onmisbaar en onvervangbaar zijn, dan kan bij reeds nu aan den Minister van Oorlog aanvraag doen om hen tijdelijk van den werkelijken dienst vrij te stellen.

Bron: Algemeen Handelsblad, 23 oktober 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: