1916, week 38 De burgerlijke geïnterneerden in Duitschland en Engeland.

Een wederzijdse uitruil van geïnterneerde burgers, dat was de inzet van een Brits voorstel aan de Duitse regering. De Duitsers stonden hier niet onwelwillend tegenonver, maar waren bang dat de Britse burgers uiteindelijk weer in het Britse leger terecht zouden komen.

BERLIJN, 17 Sept. (W.B.) De offieuse „Nordd. Allg. Ztg.” schrijft: De Britsche regeering liet in Juni j.l. de Duitsche regeering het voorstel overbrengen om de in Ruhleben geïnterneerde Britsche burgerlijke gevangenen tegen een gelijk aantal Duitsche burgerlijke gevangenen vrij te laten.
Dit voorstel was na nauwgezette overweging aldus beantwoord, dat de Duitsche regeering het in beginsel niet afwijst, maar dat de doorvoering niet zoo zou kunnen geschieden, dat de maatregel afhankelijk zou zijn van de vrijlating van een overeenkomstig aantal Duitsche geïnterneerden in Engeland, omdat zulk een uitwisseling reeds wegens de quaestie der keuze op niet te overkomen moeilijkheden zou stuiten.


Het denkbeeld was dus eigenlijk slechts te verwezenlijken op deze wijze, dat wederzijds alle geïnterneerden op vrije voeten zouden worden gesteld en vergunning tot vertrek zouden krijgen. De Britsche regeering wees Duitschlands voorstel af en deed een nieuw voorstel, waarbij wederzijds alle mannelijke burgerlijke gevangenen boven 45 jaren zouden worden vrijgelaten.

 

De Duitsche regeering stelde hiertegenover nogmaals voor over te gaan tot de vrijlating en terugzending van alle wederzijds, geïnterneerde burgerlijke personen, echter met de bepaling, dat deze lieden na hun terugkeer niet in de strijdmacht zouden mogen worden opgenomen.
Voor het geval de Britsche regeering in een overeenstemming op dezen grondslag niet zou toestemmen, verklaarde zij zich verder in principe bereid in te gaan op het Engelsche voorstel alle in het Britsche Rijk, met inbegrip van de Britsche koloniën en bezittingen, geïnterneerde Duitsche, en alle in Duitschland geïnterneerde Engelsche burgerlijke gevangenen boven 45 jaren vrij te laten.

 

Het antwoord van de Engelsche regeering is hierop nog niet ontvangen. De in de pers opgenomen berichten, dat reeds een overeenkomst in den aangegeven zin is tot stand gekomen, zijn dus voorbarig. Het is echter te hopen, dat het langs dezen weg zal gelukken, zoo niet voor allen, dan toch voor een groot deel van de wederkeerige burgerlijke geïnterneerden de vrijheid te verkrijgen en den terugkeer naar het vaderland mogelijk te maken.

Bron: Algemeen Handelsblad, 18 september 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: