1916, week 31 Een ondergrondsch dorp

De Britse oorlogscorrespondent William Beach Thomas beschrijft in 1916 een Duits ‘ondergronds dorp’ bij Ovillers aan de Somme in Frankrijk. Vermoedelijk doelt hij hier op een groot stelsel van dugouts, dat verbonden is aan de loopgraven. Het ‘ondergrondse dorp’ gold als vijandelijke bedreiging, maar toen het eenmaal in Britse handen was, bood het ook een goed bescherming tegen aanvallen.

De bekende oorlogs-correspondent B. Thomas geeft eene beschrijving van de Duitsche versterkingen in Ovillers, dat de Engelschen dezer dagen genomen hebben.

„In dit kleine dorpje zijn ondergrondsche woon- en schuilplaatsen voor ongeveer 2000 man. Dat hebben wij eerst tot ons nadeel en later tot ons voordeel ontdekt. Als de vijand lust krijgt om ons daar te bombarderen, dan kunnen wij daar dekking vinden in zoo diepe en zoo prettig ingericht kelders, dat, zooals een soldaat zeer juist opmerkte, een 8-inch granaat, die op het dak valt, een geluid maakt als of er een bij in het een bij in dak zoemt. lk heb Montauban, Mametz, Fricourt, Boiselle en nog eenige van de talrijke versterkte plaatsen achter die dorpen gezien, maar geen vn alle kan met Ovillers vergeleken worden. Twee dagen geleden vonden wij dynamo’s en alle benodigdheden, die dit geheele ondergrondsche dorp van electrisch licht voorzagen. Er loopen overal bomvrije gangen, die alle huizen en kamers hier met elkander verbinden.

Men zou daar natuurlijk zonder gevaar kunnen slapen, ja men zou er zelfs kunnen slapen en vechten zonder zenuwachtig te worden, hoe hevig het gevecht ook wordt.Ge moet niet denken, dat deze kelders zich slechts achter de loopgravenlinie uitstrekken. De aan de frontlinie gelegen kamers zijn het merkwaardigst, want zij zijn zoowel voor aanval als voor verdediging ingericht. Sommige zijn over een 60 meter afstands naar voren uitgebouwd en langs den achtermuur gaat dan als een schoorsteen een rechte schacht omhoog, waarin een ladder en een hijsinrichting om machinegeweren op en te laten, zijn aangebracht. De vijand kon naar verkiezing uit eene reeks van die schachten te voorschijn komen en zijn vuur op ons richten. Er is een massa hout, dat uit de Belgische en Fransche bosschen is gestolen, voor de inrichting dezer kelders gebruikt. Onze troepen vonden een bergruimte, waar nog een enorme hoeveelheid bouwmateriaal was opgestapeld. En thans genieten wij de voordeelen van ‘permanente’ bevestigingen.”

Bron: De Telegraaf, 10 augustus 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: