1916, week 30 Reizen in Duitschland

Hoewel het vanuit het neutrale Nederland mogelijk was om van en naar Duitsland te reizen, werd het de grensoverschrijdende reiziger niet gemakkelijk gemaakt. Zowel voor Nederlanders als voor Duitsers die de grens overstaken, was het noodzakelijk om een speciale pas bij zich te dragen. Mensen zonder die pas kwamen de grens echt niet over.

Men schrijft uit Oldenzaal: Het reizen in Duitschland brengt hoe langer hoe meer moeilijkheden mede. Was alleen voor het grensverkeer tusschen Duitsche en Nederlandsche plaatsen bij den pas een z.g. “Durchlasskarte” noodig, die door de betreffende autoriteiten werd uitgereikt, thans moeten alle reizigers, hetzij Duitscher hetzij Nederlander, bij het binnenkomen in, zoowel als bij het vertrekken uit Duitschland, een dergelijke kaart kunnen toonen. Heeft men die kaart niet, dan wordt onverbiddelijk de toegang tot Duitschland of vertrek van daar geweigerd.

Te Bentheim werden deze week verschillende reizigers zelfs uit Berlijn aangehouden, die niet in het bezit van een dergelijke “Durchlasskarte” waren; zij mochten de grens naar Nederland niet overschrijven. Een Duitsch meisje, wonende te Gildehaus, die dezer dagen in Arnhem haar aldaar gevestigde familie had bezocht, moest omdat zij niet in het bezit van de kaart was, naar Arnhem terugkeeren om deze op het Duitsch consulaat aldaar te halen.

Op de passen wordt op de Duitsche grens niet alleen de dag van aankomst en vertrek gestempeld; thans wordt te Bentheim daarop de tijd van verstrek van den trein door de grenswacht aangegeven.

Bron: De Tribune, 4 augustus 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: