1916, week 29 Oproep van Duitse professoren tot volhouden

Enkele Berlijnse professoren hebben hun strijdende landgenoten opgeroepen om de strijd vol te houden. In hun visie waren de Duitsers een vredelievend volk, dat deze oorlog helemaal niet had gewild. Maar ze waren er nu eenmaal in betrokken geraakt. De Duitsers wilden wel vrede, maar de vijand niet… De soldaten moesten dus de rug recht houden en door strijden voor de eer van het Duitse ‘vredesvolk’.

De rector van de Berlijnsche universiteit, prof. v. Wilamowitz, heeft met de prof. v. Gierke, Kahl, Meyer, Schaefer, Seeberg en Wagner een oproep verspreid, opwekkend tot „durchhalten”. In dezen oproep wordt o.a. gezegd: De verwachtingting van een spoedigen vrede leeft in breede kringen. Wij waren sedert eeuwen een vredesvolk…. Ook sedert wij strijden, hebben we geen andere gedachte gehad, dan dat we strijden voor een eerlijken vrede. Wij hebben het zwaard niet ter hand genomen om te veroveren; nu wij het moesten trekken, willen, kunnen en mogen wij het niet in de scheede steken, zonder een vrede te hebben verzekerd, dien ook de vijanden gedwongen zijn te houden.

Die vrede is echter niet te verkrijgen zonder vermeerdering van onze macht, uitbreiding van het terrein waar onze wil over vrede en oorlog beslist. Daartoe zijn zekere waarborgen noodig, „reale Garantien”. Daarover is bij alle Duitschers slechts een meening. Onze tegenstanders zijn nog niet bereid ons zulke waarborgen toe te staan…
Zij zijn niet bereid tot den vrede; dus kunnen ook wij niet van vrede spreken… Onze vijanden rekenen op den nood, waarin zij ons door afsluiting kunnen brengen. Zouden wij om de kleine ontberingen, die ons het heden oplegt onze toekomst in gevaar kunnen brengen? Zouden we dat kunnen doen, hoewel we overwinnaars zijn? Wij verdienen niet een volk te heeten en een rijk te hebben, als dat zoo ware.

Dus willen we volhouden, onversaagd en onwrikbaar, volhouden en zegevieren omdat — willen wij ons zelf opgeven — wij in het geheel niet anders kunnen…. De oorlog heeft bewezen, dat wij een eensgezind volk zijn. dat en hier en buiten de grenzen vaak betwijfeld is, herinnert zich ieder. Zoo moeten ook de twijfelingen aan de noodzakelijkheid van verder strijden en overwinnen, die ons volk besluipen en zijn ziel verzwakken de vijanden echter dreigen te versterk storende nevels verdwijnen voor den zonneglans van onzen wil naar beslissende overwinning en het geloof aan deze zegepraal.

Bron: Algemeen Handelsblad, 28 juli 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: