1916, week 1 Van de geïnterneerden

Dagblad Het Volk deed in januari 1916 verslag van een bezoek aan het interneringskamp in Harderwijk. Zijn bevindingen logen er niet om: slecht hygiëne, weinig comfort, kou, vocht, zweetlucht en verveling.

Een fatsoenlijk mensch met een fatsoenlijk reukorgaan houdt het in een barak, als waarin de Belgische geïnterneerden gehuisvest zijn, niet lang uit. De vuile, vochtige, vunzige atmospheer, die u tegenwalmt, al dadelijk bij ’t binnentreden doet u van verbazing de handen ineen slaan en ge vraagt u zelf af hoe ’t mogelijk is, dat in deze 20e eeuw Hollandsche autoriteiten menschen kunnen noodzaken te verblijven in zulke vuile loodsen, luchtig en licht gebouwd, in der haast opgeslagen op een vochtigen bodem, waar hier en daar een voet onder den grond water gevonden wordt. In de eene barak blies de wind met den regen er door.

De Belgen zelf hadden, althans een deel van hen, de stroomatrassen in zwevende positie boven den grond opgehangen om ze droog te houden. Ze deden dat voor eigen rekening. Een ander deel der bewoners miste hiervoor de noodige middelen. Velen lagen ook overdag nog in bed, want ze hadden niets te doen en vonden het in de koude, in de in het geheel niet verwarmde barak heel onplezierig. Van knutselen, zooals in den zomer, kwam ook al weinig. De lijm loste, zeide mij een, in ’t vocht op en het knutselwerk bedierf. Het knoopen ging nog ’t beste, maar door het vocht werd alles bij ’t bewerken met de handen erg vuil.


De natte kleeren moesten langzaam aan ’t lijf drogen, verschooning was er niet. Er waren er bij, die sedert hun komst nog geen andere kleeren hadden gekregen en klompen waren er ook te weinig. De vele menschenluchtjes en zweetluchtjes verontreinigden de atmospheer. Wel had men herhaaldelijk gevraagd wat ze noodig hadden, maar ’t bleef bij vragen en wenschen.

(…)

Bron: Het Volk, 3 januari 1916

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: