1915, week 50 Afweren van luchtaanvallen

Nieuw in de oorlogsvoering was het gebruik van vliegtuigen en het bombarderen van de vijand vanuit de lucht. Uiteraard kwam er al snel luchtafweergeschut, maar het opsporen van vijandelijke vliegtuigen werd vaak bemoeilijkt door duisternis, bewolking of mist. Daarom werd ook getracht aan de hand van het geluid van de machines de exacte locatie te bepalen. In Frankrijk werd daarbij in eerste instantie gebruik gemaakt van papegaaien; later werd dit geautomatiseerd. Door het combineren van gegevens van verschillende luisterposten, kon men de positie van een vliegtuig achterhalen.

Het verrassende element speelt in den oorlog op elk gebied een min of meer voorname rol, maar treedt al zeer sterk op den voorgrond bij de nieuwere strijdmiddelen: de duikbooten en de luchtschepen en vliegmachines, en dit te meer, naar mate de middelen tot hun bestrijding volmaakter worden. De anti-luchtvaart-kanonnen, die vroeger de ruimte tot op een hoogte van 5000 voet onveilig maakten, heeten nu reeds tot de dubbele hoogte hun projectielen te slingeren, en hoewel de trefkans in die omstandigheden niet groot wordt, is zij toch groot genoeg om er rekening mee te moeten houden.

De tochten der Zeppelins noor Engeland hadden meestal ‘s nachts plaats, maar ook wanneer er overdag gevlogen wordt, kan het luchtschip (of de vliegmachine) achter de wolken schuil gaan, om zich aan het vuur der batterijen en aan de Zeppelin-jagers in de lucht te onttrekken. Meestal zal in Engeland de lucht bewolkt genoeg zijn, en de Londensche nevel zal, — hoewel een bemoeilijking bij het orienteeren — dikwijls, ook een bondgenoot van Engelands vijand gebleken zijn.

Men weet ook, dat gezegd wordt, dat de Duitsche luchtvloot voor voorkomende gevallen zoogenaamde nevelbommen meevoert, vliegerbommen, die op vooraf bepaalde hoogte ontploffende, in plaats van een hagelbui van projectielen, klompen gloeiende thermiet, die brandstichten, of wat dies meer zij, een dikke zich sterk verspreidende nevelwolk doen ontstaan, die een groot deel van het gezichtsveld der anti-aviatische batterij onderschept.

Minder gemakkelijk is het evenwel het snorren der luchtschroeven en motoren te maskeeren, waardoor op grooten afstand het luchtschip zich verraadt. Dit punt heeft men dan ook in Frankrijk nooit uit het oog verloren. Na den waarnemingspost op den Eiffeltoren, waar men papegaaien als wakers gebruikte, die te kennen gaven als zij de propellers hoorden gonzen, heeft men door nu ook luisterposten ingevoerd, die met instrumenten zijn toegerust, en dus niet aan het ongewone verschijnsel wennen, noch de bezwaren van het klimaat ondervinden.

Met vier groote horens, die aan die der grammofoons herinneren, wordt het ver verwijderd gedruisch opgevangen, en versterkt, waarna het met behulp van microfonen een telefoon of brommer doet klinken. De waarnemer kan met een enkele handbeweging de vier horens evenwijdig aan elkaar doen ronddraaien naar alle hemelstreken, en ze bovendien hooger en lager stellen.

De waarneming is meestal tijdig genoeg om de vliegmachines den tijd tot opstijgen te geven, en ze den naderen luchtkruiser in den weg te doen treden. Bovendien kan door de combinatie van de waarneming van drie of vier luisterposten vrij nauwkeurig de plaats bepaald worden van een luchtschip, dat hoewel achter de wolken verscholen, toch hoorbaar is.

De gecombineerde post wordt dan in verbinding gesteld met een anti-luchtvaart-batterij, en bepaalt voor haar de plaats van het doel als volgt: De horen wordt vlug heen en weer gedraaid tot het geluid het sterkste is, en men dus mag aannemen, dat de as van den horen op de geluidsbron gericht is. Daarbij leest men de verticale verheffing van den horen af en de draaiing in ‘t horizontale vlak. Die gegevens worden overgeseind naar de batterij, waar met behulp van een daarvoor geconstrueerde rekenmachine deze gegevens onmiddellijk worden omgerekend op de getallen, die noodig zijn voor het instellen van ‘t geschut, dat dan zijn werk aanvangt. De drie of vier posten worden zóó geplaatst dat zij in de hoekpunten van een regelmatigen driehoek of vierhoek staan, wat het berekenen van de plaats van den top der piramide, waarin zich ‘t luchtschip moet bevinden, gemakkelijker maakt.

Tegenover de vele bronnen van fouten staat natuurlijk in de eerste plaats de enorme grootte van een luchtschip, dat een grootere kans van treffen biedt, dan de meeste doelen te land, en verder de aard der projectielen. Dit zijn natuurlijk steeds projectielen wier scherven of inhoud zich ver verspreiden. Ook is de laatstbedoelde post niet bedoeld om de luchtvaarders onder ‘t voorbijvliegen te schieten, maar hij wordt ingericht op plaatsen waar men een bommenaanval verwacht, en ‘t luchtschip dus langzaam of in kringen vliegt.


Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 14 december 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: