1915, week 4 Verdwenen Belgische jongelingen

Belgische dienstplichtige jongens moesten zich elke twee weken melden bij de Duitse overheid, om te bewijzen dat ze zich nog in het land bevonden. Steeds vaker ontraken ze echter op appèl. Velen vluchtten naar Nederland en werden daarbij steeds creatiever om de grens over te komen.

Men schrijft ons uit Roermond:

De Belgische jongelingen der lichtingen van 1915 en 1916 zijn, zooals bekend, verplicht, zich elke 14 dagen bij de Duitsche overheid te melden ten bewijze, dat zij nog binnenslands vertoeven. Ouders of voogden van jongelingen, die ontbreken of uitgeweken zijn, worden streng gestraft, welke straf meestal bestaat in een hooge geldboete.

Ondanks het strenge toezicht weten vele jongelingen dier lichtingen, vooral uit Limburg, doch ook uit Antwerpen en Brabant, de Nederlandsche grens over te komen, teneinde zich via Nederland en Engeland bij het leger der bondgenooten te voegen.
Eenige dagen geleden ontbraken er te Hamont ruim 90 van de 100 en te Hasselt ruim 200 van de 245 op het appèl. In de grensgemeente Lommel werd op een tiental jongelingen, die de Nederlandsche grens over wilden en niet aan de sommatie van de Duitsche wacht, om te blijven staan, voldeden, geschoten. Twee van hen werden door een kogel gedood; een derde, die in het kanaal sprong, verdronk.

Teneinde de wachten te verschalken, worden zelfs verhuiswagens gebezigd. Deze worden voor en achter met meubels geladen, terwijl in de opengebleven middenruimte vluchtenden verborgen zijn. Zoodoende kwamen in de vorige week niet minder dan 80 uit Tongeren Nederland binnen.

Daar het meermalen is gebeurd, dat op de aanmeldingsdagen door de militieplichtige Belgen veel rumoer werd gemaakt, is den caféhouders op die dagen gelast, twee uur vóór en twee uur na de aanmelding hunne inrichtingen gesloten te houden.


Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 21 januari 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: