1915, week 39 Duitschland en zijn koloniën

De koloniale verhoudingen in de wereld waren ondermeer inzet van de grote oorlog. De Duitse koloniale bezittingen waren stukken minder in vergelijking tot grootmachten als Groot-Brittannië en Frankrijk. De Duitsers voorzagen in 1915 wel dat hun koloniën niet houdbaar waren en hielden al rekening met het feit dat hun koloniën in vijandelijke handen zouden overgaan, al achtten ze dat wel van tijdelijke aard.

In den kolonialen kalender heeft de staatssecretaris van koloniën dr. Solf geschreven over de koloniale doeleinden van Duitschland na den oorlog. Hij zegt het volgende: Duitschlands politieke en economische positie maakt het dringend noodzakelijk, dat na het einde ons koloniaal bezit behouden en nog vergroot wordt. Voor degene, die met koloniale vragen op de hoogste is, is daar voor geen bijzondere bewijsvoering noodig, maar toch zal hij zich nog verbazen, als hij in cijfers uitgedrukt voor zich ziet, welk een buitengewone beteekenis het bezit van koloniën voor den modernen staat heeft.

Duitschland heeft milliarden noodig aan koloniale producten. De koloniën, die wij tot nu toe bezaten, kenden slechts in een onbeduidend klein gedeelte van de behoefte aan deze stoffen, ter hoogte ongeveer van drie procent, voorzien. Men mag aannemen, dat de neiging tot ontwikkeling van de moderne koloniale politiek na den oorlog nog aanzienlijk versterkt zal worden. De groote koloniale mogendheden zullen niet alleen streven naar vergrooting van hun bezit, maar ze zullen ook tengevolge van de verscherping van de nationale tegenstellingen, er op bedacht zijn hun kapitaal-belegging, de productie van grondstoffen en de overzeesche handel, zoo ver het gaat, tot hun eigen koloniaal gebied te concentreeren.

Zooveel mogelijk samenhangende en verdedigbare, het economische stelsel van het moederland aanvullende koloniale rijken, - dat zal naar alle waarschijnlijkheid na den oorlog de koloniale leuze zijn. Daarbij zal men nog in het bijzonder het eigenaardige karakter van ons oeconomisch stelsel in het oog moeten houden. Wij mogen ons niet af laten schrikken van het ten uitvoer leggen van onze koloniale politiek, ook als een gedeelte van ons koloniaal bezit tijdelijk aan een vijandelijke overmacht verloren gaat. Per aspera ad astra.

Bron: De Tijd, 21 september 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: