1915, week 35 Spionnen in Den Haag

Informatie was in de oorlog een minstens net zo belangrijk wapen als de munitie in de loopgraven. Het is dus niet zo verwonderlijk dat het neutrale Nederland uitgroeide tot het centrum van de spionage. De krant Het Centrum verwijst in een artikel naar een verhaal uit de (anti-Duitse) Telegraaf, waarin de handelwijze van Duitse spionnen in Den Haag uit de doeken wordt gedaan. Belgische vluchtelingen werden terloops ondervraagd over hun vluchtwegen. Ook waren er geruchten dat Duitse spionnen geprobeerd hadden militaire informatie te ontfutselen van Nederlandse militairen. Maar volgens Het Centrum hoefden we niet bang te zijn voor de loslippigheid van de Nederlandse soldaat.

Voor eenigen tijd is door de ‘Telegraaf’ geschreven over spionnen, die in Den Haag ten behoeve van Duitschland op verschillende wijzen werkzaam zouden zijn. Zoo kreeg men te lezen van handlangers der Duitsche regeering die er zich op toeleggen van Belgische vluchtelingen of deserteurs welke in die stad vertoeven, te weten te komen, hoe zij er in geslaagd zijn, over de grens te ontvluchten. Wanneer de refugies dat eenmaal verteld hebben aan den vriendelijken mijnheer, met wie zij in een of ander koffiehuis hebben kennis gemaakt, zorgt deze er wel voor, dat de Duitsche regeering in België het te weten komt… Op de plaatsen waar enkele dagen geleden Belgische inwoners nog de grens konden oversteken, staat al spoedig een extra wacht, waardoor hun voortaan de gelegenheid is ontnomen.

De ‘Haagsche Crt.’ Maakt nu naar aanleiding van zulke gevallen de opmerking, dat, indien iets dergelijks voorkomt, Regeering en politie daartegen weinig zullen kunnen doen. Immers, deze ‘spionnen’, wanneer zij een enkele keer op deze wijze werkzaam kunnen zijn, doen niets ten nadeele van den Staat. Bovendien zijn het slechts voorzorgsmaatregelen, die de Duitsche autoriteiten in België naar aanleiding van één en ander nemen en op welke wijze zij preventief werkzaam willen zijn, moeten zij weten. Het blad zegt verder: ‘Iets dergelijks valt ook te zeggen van spionnen-handlangers, die te Vlissingen zouden verblijf houden, om vandaar berichten in codevorm, onder de advertenties in de ‘Times’ opgenomen, over bewegingen der Engelsche vloot e.d. – berichten, afkomstig dus van Duitsche spionnen in Engeland – naar Berlijn door te seinen. Het schijnt ons allerminst een gemakkelijk werkje, in deze dagen van abnormale spionnenvrees nog in Engeland te spionneeren en wij meenen dan ook niet, dat dit nog in veelheid zal voorkomen.

Mocht het evenwel een enkelen keer geschieden, de veiligheid van den Nederlandschen Staat wordt er niet door in gevaar gebracht. Wel zou dit het geval kunnen zijn, wanneer een ander bericht waarheid bevatte, namelijk dat Duitsche spionnen omgang zouden zoeken met Nederlandsche soldaten om van het ‘militaire geheimen’ te weten te komen. Of dit inderdaad geschiedt? De Belgen knoopen zonder bezwaar in koffiehuis of op straat een praatje met een vreemde aan, maar de Hollanders zijn van een anderen aard, en gaan niet zoo spoedig met een vreemden mijnheer – dikwijls met een Duitschen tongval – een avond uit. En indien er ook al eens een Hollandsche soldaat is, wat minder eenzelvig en loslippiger dan zijn landgenoten, dan is het één tegen honderd, dat hij als gewoon soldaat bekend zou zijn met militaire aangelegenheden, waarvan de vermelding voor de Duitsche regeering van belang zou zijn.

Het bovenstaande neemt niet weg, dat het ons uit onbewijfelbare bron bekend is, dat er in Den Haag personen vertoeven, welke de politie van spionnage verdenkt. Indien echter deze vermoedens gegrond zijn – waarvoor geen bewijs voorhanden is – geschiedt de spionage volstrekt niet alleen ten behoeve van Duitschland, maar ten behoeve van de oorlogvoerende partijen. Wij wetenvoorts met zekerheid dat de recherche zich onafgebroken met het vraagstuk der spionnage bezig houdt, en dat tal van personen, die zoowel in hotels als in particuliere woningen verblijven, nauwkeurig worden nagegaan, zonder dat zij dit zelf weten, of ook slechts vermoeden. Het is moeilijk uit te maken, ten behoeve van welke der oorlogvoerenden spionnage wellicht wordt gepleegd en desbetreffende personen bekleeden, ten einde zoo min mogelijk verdenking te wekken, verschillende functies o.a. als handelsreizigers, doch in het algemeen behooren zij tot allerlei stand.

Van één ding kan men zeker zijn: Indien er redenen zijn hen aan te houden, zal de recherche zeker niet schromen hiertoe over te gaan. De recherche in onze stad, vervolgt het blad, ontvangt van tijd tot tijd onrustige berichten van inwoners, b.v. van hospita’s, omtrent personen, die te hunnen huize verblif houden, die ‘zoo gek’ doen en daarom wel ‘spionnen’ kunnen zijn. Gaat de recherche op onderzoek uit, dan blijkt meestal spoedig, dat een overdreven vrees den aabrengers van zulke berichten parten heeft gespeeld. Het is dus zeker gewenscht, de tallooze opzienbarende geruchten over spionnen tot haar juiste proporties terug te brengen.


Bron: Het Centrum, 23 augustus 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: