1915, week 34 Woekerhandel in autobanden

De handelsbeperkingen, die door met name Engeland waren opgelegd, hadden niet alleen gevolgen voor de invoer van levensmiddelen, maar ook voor de handel in autobanden. Nederlandse fabrieken, autoverhuurders en taximaatschappijen kwamen in de problemen omdat er geen nieuwe autobanden meer werden geïmporteerd. Zoals zo vaak bij schaarste, ontstond er ook een woekerhandel in banden…

Belanghebbenden bij den invoer van automobielbanden, vertegenwoordigers van banden-fabrieken, taxi-maatschappijen en auto-verhuurders, hebben, naar het Hdbl. meldt, tot den minister van landbouw, nijverheid en handel een adres gericht, waarin zij zeggen, dat het den minister bekend zal zijn, dat sinds eenige maanden de invoer van automobiel-banden in Nederland, welke per jaar in normale tijden circa 8 à 9 milioen gulden bedraagt, geheel of nagenoeg geheel is stop gezet;

dat ten gevolge daarvan een ontzaglijk tekort aan automobiel-banden is ontstaan, waarin met den besten wil door de bandenfabrieken in Nederland niet kan worden voorzien en dat de behoefte aan banden steeds grooter zal worden, naarmate de nog aanwezig zijnde voorraden worden opgebruikt; dat zich langzamerhand een soort woekerhandel in deze artikelen begint te ontwikkelen; dat een en ander een groot gevaar voor hunne bedrijven, en hun bestaan, zoowel als voor dat van hun personeel oplevert, om van de overige ernstige nadeelen, die erdoor kunnen ontstaan, niet te spreken;

dat verscheidene van de onderteekenaars in het bezit zijn van consenten van de N.O.T. voor den invoer; dat het nut van deze consenten echter geheel illusoir wordt, en de kosten (o.a. bankgaranties tot 250% der invoerwaarde) daaraan verbonden, weggeworpen, wanneer, zooals in casu in Engeland, geen vergunning kan worden verkregen voor den uitvoer van daar naar Nederland, zelfs niet onder de beperkende bepalingen, die de N.O.T. stelt en waaraan zij zich gaarne onderwierpen; dat zelfs uit Amerika geen banden naar neutrale landen in Europa mogen worden vervoerd dan via Engeland, hetgeen gelijkstaat met een verbod; dat het naar hunne bescheiden meening, waar al hun pogingen tevergeefsch zijn geweest, thans op den weg der Nederlandsche regeering ligt, te trachten, in Engeland opheffing van de gewraakte bepalingen te verkrijgen; dat zij zich op voorhand bereid verklaren, alle geëischte waarborgen voor het verbruik van de banden binnen Nederland en tot verhindering van den uitvoer te aanvaarden.

Adressanten verzoeken den minister dringend, onverwijld datgene te doen, wat mogelijk zal blijken, om van het Engelsche gouvernement de vereischte uitvoervergunningen te bekomen.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 22 augustus 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: