1915, week 29 Extra geld nodig voor Koninklijk Nationaal Steuncomité

Vlak na het uitbreken van de oorlog in 1914 kwamen in Nederland allerlei hulpinitiatieven tot stand, waaronder het Koninklijke Nationaal Steuncomité. In de zomer van 1915 bleken de uitgaven van het comité harder te groeien dan de inkomsten. Extra steun was dus hard nodig. Niet alleen werd een beroep gedaan op de ‘gewone man’, vooral industriëlen en landbouwers werden opgeroepen het comité te steunen, omdat verondersteld werd dat daar veel winst gemaakt werd.

Door dit Comité, waarin H.M. de Koningin voorzitster is, en dat 25 Augustus 1914, kort na zijn oprichting zich tot het Nederlandsche volk richtte om steun, wordt thans een tweede oproep in dien zin gedaan. Wij lezen daarin: Thans, na 10 maanden waakzaamheid, zijn de geldmiddelen uitgeput. Wel is de economische toestand des lands na het uitbreken der crisis niet onbelangrijk verbeterd; wel zijn uit den aard der zaak tal van uitgaven, die het gezin van den werklooze des winters drukken, in den zomer niet noodig, maar toch zijn de eischen, die ook thans nog aan de kas van het Koninklijk Nationaal Steuncomité gesteld worden, zeer vele; zelfs in deze zomermaanden moet dit wekelijks ƒ 80.000,- uitgeven.

Zullen, dank zij het Rijkssubsidie, waarover het Koninklijk Nationaal Steuncomité krachtens een pas aangenomen wet de beschikking heeft, in den eersten tijd geen ernstige financieele zorgen zijn bestuurderen drukken, toch meenen dezen thans opnieuw een beroep op de offervaardigheid hunner landgenooten te mogen doen.

Met alle waardeering voor den ontvangen geldelijken steun zou ’t voor hen toch zulk een groote voldoening zijn, indien dit subsidie slechts in geringe mate zou behoeven te worden gebruikt! Niet alleen dat dit een verheffend bewijs zou zijn van den gemeenschapszin der betergestelden, een krachtig teeken van de eensgezindheid onzen natie, maar tevens zou dan de schatkist, aan welke toch in deze dagen zulk zware eischen gesteld worden, niet worden belast.

In het bijzonder doen de ondergeteekenden een beroep op de offervaardigheid van zoo menig industrieel, die dank zij de hulp van het Koninklijk Nationaal Steuncomité of van een zijner organen, zijn bedrijf heeft kunnen voortzetten; op de landbouwers en andere producenten van eerste levensbehoeften, die door het duurder worden van deze veele grootere winsten maken dan gewoonlijk, waardoor in het bijzonder de levenskosten dergenen, voor wie de steuncomités moeten zorgen, zoo belangrijk stijgen; op bezitters van fondsen (aandeelen in scheepvaartmaatschappijen, in industrieele ondernemingen, enz.), welk in den laatsten tijd groote dividenden gaven; in één woord op allen, die niet door de crisis getroffen zijn, ja, die zelfs tengevolge van deze een niet onbelangrijke winst gemaakt hebben. Met grooten aandrang noodigen ondergeteekenden hun landgenooten uit, hun gaven aan een der onderstaande adressen te zenden.

Bron: Het Centrum, 12 juli 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: