1915, week 21 Hooi-verloven

Tijdens de oorlog ging het werk in de landbouw uiteraard gewoon door, ook voor boeren en boerenknechten die gemobiliseerd waren. Zij die onmisbaar werden geacht om te werken in de hooibouw, konden verlof aanvragen bij het landbouwbemiddelingsbureau, dat de aanvragen vervolgens beoordeelde.

De minister van Oorlog heeft zijn belofte aan de Tweede Kamer gedaan, naar aanleiding van een vraag van den heer Duymaer van Twist, ingelost door in een nota de regeling mede te deelen om-trent de verloven, welke gegeven worden aan onder de wapenen zijnden, die meenen, dat hun tij-delijke tegenwoordigheid onmisbaar is voor het doen slagen van den hooibouw of anderen veldarbeid, waarbij zij zijn betrokken.

De regeling komt hierop neer, dat de aanvragen worden gericht aan het landbouw-bemiddelingsbureau in de provincie van hun woonplaats. Dat bureau onderzoekt dan en adviseert dan gunstig of ongunstig en in het eerste geval overlegt de commandant met den betrokkene om-trent het meest geschikte tijdstip van het verlof in verband ook met de belangen van den dienst.

Omtrent groote van den te berekenen grond of aantal verlofdagen, heeft de minister geen voor-waarden gesteld. Wel wordt gewaakt tegen ‘overvragen’, waardoor niet alleen de dienst, doch ook de andere belanghebbenden zouden worden geschaad.

Bron: Het Centrum, 21 mei 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: