1915, week 18 Geen vroeg voorjaar

Net als nu liet het voorjaarsweer in 1915 het lange tijd afweten. Dat betekende niet alleen dat eind april de dagen en nachten in de loopgraven aan het front nog erg koud waren, maar ook dat de oogst van landbouwgewassen - voor het letterlijk broodnodige voedsel - langer op zich liet wachten.

De plantenwereld is in hare voorjaarsontwikkeling tot heden erg achterlijk. Met uitzondering van de kruisbessenstruiken, is nog geen enkele boom of heester in lentedos gestoken. Bepaald groeizaam is ’t weer nog maar enkele oogenblikken geweest; bijna geregeld is de lucht schraal en voor den tijd van ’t jaar erg guur. De rogge, ons hoofdgewas, wil ook nog maar niet flink groeien. De weersgesteldheid zal al heel spoedig mild moeten worden, willen we bij de intrede van Mei – zooals nagenoeg regels is – hier en daar rogge vinden, die reeds enkele aren laat zien.

Hoewel we ’t verre van prettig vinden dat ’t warme lenteweer zoo lang op zich laat wachten, voor onze loofbomen, die zoo veel beloven, is ’t maar wat goed, dat ze betrekkelijk laat bloeien. De kans, dat de bloesems strenge nachtvorsten zullen te verduren hebben, wordt daardoor aanmerkelijk minder. O, zeker ’t kan later in den tijd ook nog wel vriezen, maar dan wellicht toch niet zóó erg meer, dat de vruchtbeginsels er door te gronde gaan.

Bron: Het Centrum, 26 april 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: