1915, week 17 Een kijkje in de gevangenkampen in Duitsland

De Nieuwe Rotterdamsche Courant plaatst op 20 april een artikel over de toestand in de gevangenenkampen in Duitsland. Eugster [vermoedelijk wordt hiermee de Zwitserse Bundesratpräsident Arthur Eugster bedoeld], heeft een aantal kampen bezocht en komt met een opvallend positief verslag, dat niet veel onder doet voor een gezellig vakantiekamp…

BERLIJN, 20 April. (Wolff.) Het Berliner Tageblatt verneemt uit Bern: In de Bund maakt Eugster een lang rapport openbaar over zijn verdere reis door de gevangenenkampen in Duitschland. Hij bezocht o.a. Quedlinburg, Friedrichsfeld, Muenster, Wahn, Guestrou, Soldau, Ohrdurf en de officierskampen in Magdeburg, Crefeld enz.

Volgens zijn rapport zijn de lazaretten voortreffelijk ingericht en vooral doeltreffend voor de bestrijding van ongedierte. De staat heeft meer dan 2,5 milioen mark uitgegeven om de krijgsgevangenen onderkomen te verschaffen. Vakarbeiders kunnen geld en betere kost dan de anderen verdienen. Academisch gevormde gevangenen geven cursussen. De gevangenen houden zich o.a. met konijnen fokken onledig. Voortaan wordt er ook gelegenheid tot aardappelen poten gegeven. Er zijn zangkoren en orchesten. Zondags hebben er tooneelvoorstellingen plaats. Voor dit alles zorgen de gevangenen zelf. Iedere gevangene heeft drie dekens.
De straffen bestaan in licht en zwaar arrest. Priesters zorgen voor de zielen. Er zijn tentoonstellingszalen voor de voortbrengselen van schilder- en beeldhouwkunst en kunstnijverheid.

De betrekkingen tusschen de gevangenen en hun opzichters is goed. Mijn heele indruk, zegt Eugster, is gunstig. Dat de Duitsche overheid de gevangenen zoo humaan mogelijk wil behandelen, is duidelijk. Nergens heb ik een stem van haat tegen Frankrijk’s zonen gehoord. Ik was volkomen vrij om overal heen te gaan waarheen ik wilde, behalve als ergens vlektyphus heerschte. Het ministerie van oorlog en de commandanten van de kampen zeiden mij: ‘Gij moogt alles zien, wij hebben niets te verbergen.’

Aan het inlichtingenbureau te Berlijn komen dagelijks 1200 menschen naar vermiste familieleden vragen. Landkaarten waarop alle begraafplaatsen van Duitschers en Franschen staan aangegeven zouden zeer nuttig zijn, indien met in Frankrijk een dergelijke maatregel nam.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 20 april 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: