1915, week 16 De vlieg en de oorlog

Een grote vijand tijdens de oorlog was het ongedierte. Niet alleen ratten en vlooien in de loopgraven leidden tot veel ongemak en ziektes, maar ook de vele vliegen die hun eitjes legden in de rottende lichamen op de slagvelden. Vanuit Engeland werd daarom met de nodige bezorgdheid vooruit gekeken naar het warme lente- en zomerweer dat eraan zat te komen.

De ‘Times’ waarschuwt voor het gevaar, dat de vliegen in het aanbrekende warme jaargetij, thans overal, voor Europa zullen meebrengen. Behalve voor Engeland, dat door de omringende zee geïsoleerd wordt, is het gevaar voor epidemieën, afkomstig vooral van de slagvelden, voor alle landen van Europa groot, in het bijzonder voor de landen, gelegen tusschen of dichtbij de oorlogvoerende. Vliegen leggen zooals men weet, bij voorkeur hun eieren in rottende voorwerpen en waar nu uitgestrekte terreinen, heele dorpen en streken in een onrustbarenden toestand van verrotting en vernieling liggen, zullen er dezen zomer ontelbare vliegenzwermen ontstaan, zooals nooit te voren.

In alle groote steden moeten vooral de stallen van paarden en vee nauwkeurig schoon gehouden worden. Verzamelplaatsen van stalafval, bergen oud stalstroo, zooals men die aan den zoom der steden ziet liggen, worden thans oorzaken van latere onheilen en epidemieën. Er valt niet aan te twijfelen of nog nimmer was de noodzakelijkheid zóó groot om tegen de ‘vliegenpest’ op te treden. Met bezorgdheid wordt in de geneeskundige kringen ook in Engeland de aanstaande zomer tegemoet gezien.

Bron: De Tijd, 16 april 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: