1915, week 12 Van de Belgische grenzen

Zelfs in oorlogstijd wisten Belgsiche boeren in de grensstreek nog behoorlijk geld te verdienen. Niet alleen rekenden ze hoge prijzen voor hun voorraden groente en aardappelen, ook hielpen ze - vaak tegen betaling - mee om personen en informatie te smokkelen naar het neutrale Nederland. Het mag voor zich spreken dat de Duitse bezetter hier niet van gediend was en er alles aan deed om dergelijke praktijken op te sporen en te bestraffen.

Men meldt ons: ’n Slecht land, waarin het niemand goed gaat: een spreekwoord, dat weer bewaarheid wordt. Zoo hebben de boeren vooral geen klagen, wat betreft den prijs dien zij kunnen bedingen voor hunne nog aanwezige voorraden wortelen, aardappelen, enz. De groote kooplui uit de steden koopen alles op à tout prix. Menige boer heeft thans meer francs in huis dan vroeger tien-centimes-stukken. Ook op ander gebied valt nog wel wat te verdienen: wie bijv. de courage heeft Belgen behulpzaam te zijn als gids naar Holland, wordt redelijk beloond.

Zoo woonde er in een Kempisch dorpje een herbergier, die zich onledig hield met zijne landgenooten te helpen bij hun vluchten naar Holland. Dit heeft vermoedelijk de afgunst van dezen of genen opgewekt, want op zekeren dag kwamen in de herberg een paar verkleede Duitschers, die de proef op de som kwamen nemen. Daar de man niet thuis was, ging de vrouw mee op stap. Later werd ze gearresteerd en naar Maeseyck overgebracht. De herbergier wist nog bijtijds de vlucht naar Holland te nemen, doch de Duitschers stelden zich schadeloos, door op het kapitaaltje van den herbergier eenvoudig beslag te leggen. Te Maeseyck werd nog gearresteerd een inwoner, onder verdenking valsche berichten over de zoo pas naar het front vertrokken Duitsche bezetting te hebben verspreid. Vermoed wordt dat een vrouwe den man bij Herr Oberst heeft aangeklaagd.

Buitengewoon streng zijn de Duitschers tegenover hen, op wien brieven of couranten worden gevonden; hooge boeten worden opgelegd en vaak kennismaking met een of ander Duitsch ‘lager’. Zoo werd dezer dagen het heele personeel van den stoomtram gevisiteerd op vermoeden, brieven bij zich te dragen; deze fouilleering plegen te geschieden door Duitsche civiele beamten.
De invoer uit Holland wordt door de Duitschers niet bemoeilijkt. Integendeel, geregeld wordt nog gewerkt met zoeklichten ten einde het vluchten van hen, wien geen passen worden uitgereikt, zooveel mogelijk te bemoeilijken en toch gaat nog menig man van 18-45 jaar de grens over.

Bron: Het Centrum, 20 maart 1915

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: