1914, week 52 Kerstklokken in Amsterdam

Kerstavond 1914. Volgens oud-Vlaams gebruik worden kerstliederen gespeeld op de verschillende carillons in Amsterdam. Maar is het gepast om naar het kerstcarillon te luisteren, terwijl bij onze zuiderburen de kanonnen bulderen en vele mensen sterven? De meningen waren daarover verdeeld. De Nieuwe Rotterdamsche Courant was van mening dat de muziek vooral vrede in de mensen bracht en dat het daarom geoorloofd was.

De Kerstavond ln de hoofdstad heeft in de laatste jaren een eigenaardige bekoring gekregen. De oud-Vlaamsche gewoonte om de carillon op Kerstavond te beieren, is naar hier overgewaaid. Eenige, jaren geleden is de heer Vincent, klokkenist van het Paleis op de Dam, ermede begonnen. En de andere klokkenisten zijn gevolgd. Nu gaat de Kerstavond hier niet langer onopgemerkt voorbij, maar blijde jubelen de klokken het uit: „Daar is een kind geboren”. Nu galmen de klokken hun Kerstlied, zooals zij dat reeds zoo vele, vele jaren in Vlaanderen hebben gedaan. Maar dit jaar zullen daar de klokken hun lied van vrede niet zingen, zij zijn moede geschreid.


Het lijkt nu wel heel vreemd, dat, terwijl daarginds op de slagvelden de kanonnen onverpoosd voortbulderen, hier de klokken zoo vredig hun Kerstlied beieren. Er zljn er, wij weten het, die het afkeuren, dat dit jaar het Kerstfeest wordt gevierd. Een bespotting, noemen zij het, en zij zeggen, dat het hooren van Kerstliederen hun pijn doet. Maar wij zouden ze niet graag hebben gemist, de Kerstklokken, vooral dit jaar niet, nu zij het ons hebben verteld, dat de bedwelmende kruitdamp niet alle gedachte aan vrede heeft verstikt.

Velen hebben naar de Kerstliederen geluisterd, verscheidenen misschien aanvankelijk met de gedachte, dat het toch eigenlijk dwaasheid was. dit jaar die vredesklanken aan te hooren. Maar ook zij ondergingen de bekoring van het spel, en toen de laatste accoorden in den helderen Kerstnacht wegstierven, gevoelden allen het, dat er een vrede is, die geen krijgsrumoer kon vernietigen, een vrede in ons zelven…

Op het Paleis-carillon speelde de heer Vincent. Een reeks oude Kerstliederen bracht hij ten gehoore: „O, hoe heerlijk, hoe begeerlijk”, „O, Kerstnacht, schooner dan de dagen”, „Stille nacht, heilige nacht” Liederen, die wij allen kennen, die wij zoo vele malen reeds hebben gehoord, maar die op Kerstavond nog steeds zoo’n diepen indruk maken.
Heel stil was het op het plein; den menschen zwegen in diepen eerbied, de koetsiers hielden hun paarden in, en de trams belden zachter.

Op de Westertoren beierde de heer Wageman de klokken. Oud-Vaderlandsche liedekens bracht hij ten gehoore en het „Kers-gezang voor de Nachtwachts”, een lied, uit het begin van de 19de eeuw, toen de ratelwacht nog des nachts door Amsterdam dwaalde, elk uur den tijd bekend maakte en tevens waanschuwde vuur en licht „bewaard” te houden. Als de ronde in den Kerstnacht, des ‘s nachts om vier uur was afgeloopen, zongen de ratelwachts hun hun „Kers-gezang”:
‘t Is Nacht, op ‘t halve wereldrond,
De klok heeft vier geslagen…,
Wij vieren thans, het groote feest
Van Jezus, onzen Koning…..”

Dit oude lied, dat bijna, geheel vergeten was, is vier jaren geleden door den heer J.W. Enschede weer opgerakeld en hier in het negende jaarboek van Amstelodamum afgedrukt. En hedenavond heeft het weer, als van ouds het Kerstfeest aangekondigd. En ook elders in de stad hebben Kerstklokken gebeierd.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 25 december 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: