1914, week 50 Slecht georganiseerd bezoek aan vluchtelingenkampen

De Nederlandse regering had journalisten van de krant uitgenodigd om een bezoek te brengen aan de Belgische vluchtelingenkampen in Brabant en Zeeland. Dit naar aanleiding van de negatieve publiciteit die was ontstaan rondom de opvang van de vluchtelingen. Door een gebrek aan auto’s en aan slaapplaatsen voor de verslaggevers, liep dit charmeoffensief van de regering uit op een fiasco. In plaats van over de toestand in de vluchtelingenkampen, berichtte het Algemeen Handelsblad in prachtige volzinnen over de gebrekkige organisatie van het door de regering geïnitieerde bezoek.

(Van onze verslaggeefster.) Vlissingen, 9 Dec.

De namen zijn van den Minister. Het woord Vluchtkampen heeft de heer Gort van der Linden geschrapt als voortaan te zijn in-officieel. Onze Regeering heeft er prijs op gesteld, „dat de Nederlandsche Pers” zich door eigen aanschouwing een onafhankelijk oordeel zal vormen omtrent den toestand van de Belgische vluchtelingen in de provinciën Noord-Brabant en Zeeland… „De Regeering zal zorgen voor het vervoer voor zoover dat per auto zal geschieden en voorts voor gelegenheid tot logies”


Wat de Regeering in deze regelen had gezegd: dat het gewenscht was, dat vertegenwoordigers van de Nederlandsche pers in de gelegenheid werden gesteld om, in Brabant en Zeeland, de vluchtoorden te zien, bevestigde de Regeering-icommissaris der Vluchtoorden voor Brabant en Zeeland, jhr. mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck, toen, Woensdagmorgen op zijn bureau in Roosendaal, een twaalftal journalisten daar waren vereenigd.


Het vluchtelingenvraagstuk begint hoe langer zoo meer de aandacht te trekken. Eerst de IJ-kadeloodsen, de veelbesprokene, waar tenslotte, toen zij ze moesten verlaten, de vluchtelingen zich, naar ze luidkeels uitspraken, „in den iemel” hadden gewaand. Toen het dorp in Nunspeet, waarover geruchtmakende artikelen verschenen en, nog vóór dien, het Vluchtelingenkamp (toen nog kamp geheten) te Bergen-op-Zoom, door een der Zoomsche raadsleden, mr. Hartog, aan scherpe critiek onderworpen met het gevolg, dat een uitvoerig request aan den Minister van Binnenlandsche Zaken werd gezonden.

De lezers kennen den inhoud van dit request en het zenden ervan zal naar het ons wil voorkomen zeer veel hebben bijgedragen tot het zenden van de uitnoodiging, boven bedoeld.


Op het bureau van den Regeeringscommissaris werd, na begroeting, allereerst een teleurstellende mededeeling geuit. De militaire auto’s, die de journalisten naar Sas van Gent, Axel en Hulst en, een volgenden dag, van Breda naar Baarle-Nassau en terug zouden brengen, waren niet te beschikking; de interneeringsauto’s waren onbekwaam, en konden dus evenmin gebruikt worden. Met den regeeringscommissaris, moest toen inderhaast een gewijzigd reisplan worden opgemaakt; de tocht door oostelijk Zeeuwsch-Vlaanderen moest geheel vervallen; het westelijk deel kwam daarvoor in de plaats, nadat per telefoon de regeering was gevraagd of men dan particuliere auto’s zou mogen aanvragen. Dit werd toegestaan - de heer Ruys de Beerenbrouck zou derhalve in den loop van den morgen verdere moeite aanwenden; het resultaat van die bemoeiingen zou den pers-vertegenwoordigers later worden meegedeeld. Hetgeen ook geschiedde en gunstig luidde.


Deze mededeeling maakte een dergelijken onaangenamen indruk, dat eenige journalisten terstond reeds van den tocht wilden afzien. Den geheelen dag, tot des avonds half elf, eerst in Roosendaal, daarna in Bergen op Zoom, tenslotte te Vlissingen werden Vluchtoorden en Belgische dorpen bezocht. De vertegenwoordigers der pers moesten daarbij soms op eigen houtje rondscharrelen in voor hen ganschelijk onbekende streken en toen men ‘s avonds om elf uur in het hotel aankwam bleek, dat, en dit nog alleen door de bemoeiingen der stedelijke overheid, (namens de Regeering?) voor het twaalftal zes kamers waren gereserveerd. Verandering in deze onmogelijke schikking kon men niet aanbrengen… voordat de laatste trein was aangekomen.

Men moest het eenvoudig van het aantal der nog komende gasten laten afhangen of meer kamers konden worden afgestaan aan de journalisten voor wier logies de regeering, volgens toezegging, zoude zorg dragen. De laatste trein bracht, gelukkig, weinig gasten. Maar in dien wachttijd was de ontstemming zóó gegroeid, dat werd voorgesteld om de verdere reis te onderbreken. Alleen het argument, dat het hier het zoo belangrijke vraagstuk der Vluchtoorden gold, deed het gezelschap besluiten, den volgenden morgen naar Breskens over te steken.

Wij hebben reeds nu dit woord van protest, willen doen hooren in de hoop, dat verder alles van een leien dakje moge gaan. Een beschrijving of beschouwing over de bezochte oorden en dorpen wenschen wij op te schorten, totdat alle, zoowel de onder militair als onder burgerlijk beheer staande verblijven zijn bezocht, opdat ook de toestanden in Nunspeet daarbij kunnen worden vergeleken.


Bron: Algemeen Handelsblad, 11 december 1914 (ochtend editie)

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: