1914, week 44 De situatie in België

De strijd aan het Westfront concentreerde zich in de tweede helft van oktober langs de IJzer, van Nieuwpoort tot Diksmuide. In onderstaand artikel uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 26 oktober 1914 beschouwt de Britse oorlogscorrespondent van de Daily Telegraph met enige verbazing de Duitse militaire strategie. Uit het verslag wordt ook de hevigheid en bloedigheid van de strijd duidelijk. De vele jonge Duitse jonge soldaten werden slachtoffer van de mitrailleurbeschietingen.

De oorlogscorrespondent van de Daily Telegraph seinde Zaterdag uit Veurne dat de toestand langs de lijn van de Yser, van Nieuwpoort tot Dixmuiden, de laatste twee dagen belangrijk ten goede is gewijzigd. De Duitschers hebben hun infanterie-aanvallen op de verschansingen bij Dixmuiden, welke hun Woensdag zoo duur te staan zijn gekomen, geheel gestaakt en stellen zich thans tevreden met een doellooze beschieting van de rookende puinhoopen van wat eens een stad is geweest.

De correspondent heeft nog eenige bizonderheden vernomen over de laatste infanterie-aanvallen. Er zijn acht afzonderlijke aanvallen gedaan met de bajonet. Ze werden met grooten moed uitgevoerd door troepen, die, naar later gebleken is, eerst acht dagen tevoren uit Duitschland waren aangekomen. De Fransche marinesoldaten stelden zich in groepjes van vier met machinegeweren op en maaiden daarmee de eene aanvalscolonne na de andere weg, en ze deden dit met zooveel succes, dat geen Duitsche geneuvelde of gewonde binnen een afstand van minder dan 60 voet van de Fransche verschansingen is gevonden.


Het valt moeilijk te begrijpen waarom de Duitschers volharden bij deze tot niets dienende aanvallen tegen onze versterkingen, een taktiek die voor hen meer en meer een stokpaardje schijnt te worden. In elk geval zijn de bondgenooten er zeer bij gebaat.

De terugtocht der Duitschers voor Dixmuiden heeft de Belgische hospitaalafdeelingen gelegenheid gegeven er op uit te trekken en de Duitsche gewonden op te nemen. Verscheidene daarvan hadden 24 uur onverzorgd op het slagveld gelegen en waren in een jammerlijken toestand. Onder hen waren baardelooze jongelui van 17 of 18 jaar.

(…)

Het is niet mogelijk te zeggen wat de Duitschers gaan ondernemen nu het Belgische leger versterking heeft gekregen. Het schijnt onmogelijk dat zij erin zullen slagen den Yser over te trekken, nu dit in de afgeloopen week zoo vaak is mislukt. Ik voor mij geloof – zegt de correspondent – dat de Duitschers steeds meer teneergeslagen en ontmoedigd worden door hun herhaalde mislukte pogingen om een beslissend resultaat te bereiken, behalve dan het vernielen van steden en dorpen.


De Fransche en Belgische troepen hebben geen vrees voor de Duitsche infanterie. Het zijn alleen de artillerie en de machinegeweren van den vijand welke ontzag inboezemen. Deze zijn inderdaad geweldig. De wonden, welke ze de laatste dagen veroorzaakt hebben, zijn verschrikkelijk. Alle gewonden die vervoerbaar zijn, worden naar Frankrijk teruggezonden. In ’t hospitaal te Veurne krijgt men dus alleen de ergste gevallen te zien; er worden daar menschen binnengebracht die bijna in stukken gescheurd zijn door de ontploffingen van die vreeselijke granaten, doch waarin toch nog een greintje leven is.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 26 oktober 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: