1914, week 41 Woekerkoersen op station Roosendaal

De belegering van Antwerpen in oktober 1914 leidde tot een grote stroom Belgische vluchtelingen naar Nederland. Vanuit de Belgische grensplaats Essen kwamen veel vluchtelingen via station Roosendaal ons land binnen. Voor sommige landgenoten was dit een uitgelezen mogelijkheid om (extreem) hoge wisselkoersen te rekenen voor de Belgische Frank en om daarmee goed geld te verdienen aan het leed van de gevluchte zuiderburen. Zo ook bij het loket op station Roosendaal. De Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen (één van de voorlopers van de Nederlandse Spoorwegen) zag dit als een heel normale gang van zaken. Het Algemeen Handelsblad stelt deze misstand aan de kaak.

Een onzer correspondenten schrijft ons: Wil het Handelsblad de aandacht vestigen op het volgende: De Belgische vluchtelingen die van Esschen tot Roosendaal een kaartje koopen moeten, zijn verplicht aan het loket van de spoor hun eerste geld te wisselen. Daar hangt een officieel briefje, volgens hetwelk de koers van een Belgischen frank, veertig Hollandsche centen is. De vluchteling die dus met een zilveren vijf frank komt, wordt verrast met twee Hollandsche guldens. Er is geen excuus voor een dergelijke handelwijze. Zelfs in het belegerde Antwerpen is de koers beter.

De rechtvaardigheid van mijne klacht wordt algemeen toegegeven, maar de stationsambtenaren kunnen er natuurlijk niets aan doen en hebben er alleen den last van. De restaurateur van Roosendaal, die door de maatschappijen ook een dergelijken schandaligen koers voorgeschreven kreeg, heeft het uitstekende idee gehad zelf den koers te verhoogen en betaalt een fatsoenlijken prijs voor den zilveren frank. Dit doet hij op eigen initiatief en hij verdient daarvoor zeer zeker een openlijke betuiging van dank. De autoriteiten die ter plaatse de welwillendheid zelve zijn, trachten te helpen door de vluchtelingen aan te wijzen waar zij in de stad hun geld op eerlijke wijze wisselen kunnen.

Ik verzoek het Handelsblad dezen brief te willen drukken zooals hij staat. Een dergelijke eerste ontvangst van officieele zijde doet aan onzen goeden naam in het buitenland meer kwaad dan alle andere welwillende verpleging weer goed kan maken. Worden Nederlanders in het „zakendoen” voorgegaan door zulke officieele lichamen als onze spoorwegmaatschappijen? Deze daad van de spoorwegen mag wel gedurende de eerste dagen van den oorlog eenige verontschuldiging gehad hebben, thans, na acht weken, is het geven van veertig centen voor een frank, een koers, welke een derde klas sjacherend geldwisselaartje met de Justitie in aanraking zou brengen.


Wij zonden dit schrijven ter inzage aan de directie van de Mij. tot Exploitatie der Staatsspoorwegen, die ons het volgende mededeelde: „Onder terugzending van het ons ter inzage gezonden schrijven — voor de toezending waarvan wij u onzen dank betuigen — hebben wij de eer u mede te deelen, dat de koersen voor Belgisch geld op onze stations zijn vastgesteld op 15 September j.l. na overleg met de groote financieele instellingen te Amsterdam, waarmede wij in relatie zijn en wel: voor goud à 47, papier à 42 en zilver à 40, en dat ook na aanvrage heden gedaan, voor ons geen aanleiding bestaat daarin verandering te brengen. Men bedenke, dat Belgisch papier en zilver op dit oogenblik in groote hoeveelheden nauwelijks verkoopbaar zijn, terwijl wij niet weten wat wij er voor terugkrijgen. Wij belasten ons daarom met de inwisseling slechts noode, voor zoover onvermijdelijk om vrachten te kunnen betalen.”

Wij moeten verklaren, dat dit antwoord ons niet bevredigt. Wanneer het waar is, dat de genoemde koers op het oogenblik in de financieele wereld als redelijk wordt beschouwd, dan nog zou er iets op gevonden moeten zijn, om de vluchtelingen die ons land binnenkomen niet den indruk te laten krijgen, dat men van hun ongelukkige omstandigheden profiteert. Wanneer bijv. de S.S. [Staatsspoorwegen] zich gewend had tot de Regeering, die in deze dagen zooveel zal hebben te betalen, ook voor de Belgische vluchtelingen, en van deze gedaan had weten te krijgen, dat zij een zekere opbrengst van den franc garandeerde, dan had de S.S. een ook in de oogen der arme Belgen redelijken koers kunnen vaststellen en de Regeering zou het eventueele verschil hebben bijgepast. Dit kan, dunkt ons, nog gebeuren en de slechte indruk, dien de ontvangst in ons land — overigens zoo goed — op het eerste oogenblik op de arme vluchtelingen nu moet maken, zal niet meer gewekt worden.

Bron: Algemeen Handelsblad, 10 oktober 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: