1914, week 40 De gruwelijke gevolgen van dum-dum-kogels

Een verslaggever van de Nieuwe Rotterdamsche Courant maakt in september 1914 kennis met het fenomeen dum-dum-kogels. De kogels, die eind 19de eeuw waren uitgevonden, richtten enorme schade aan in het menselijk lichaam. Ze waren dan ook niet voor niks verboden in het Verdrag van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag van 1899. Toch werden de kogels tijdens de Grote Oorlog op grote schaal gebruikt. De verslaggever legt nauwgezet de werking en de (gruwelijke) gevolgen van de dum-dum-kogel uit. Opvallend is overigens wel dat in deze pro-Duitse krant - tussen neus en lippen door - de Duitse autoriteiten worden vrijgepleit van de verantwoordelijkheid voor het gebruik van deze kogels.

Men schrijft ons uit Antwerpen dd. 22 september: Uw Berlijnsche correspondent heeft voor enkele weken een uitvoerige beschrijving van dum-dum-kogels gegeven, die, in groote hoeveelheden door de Franschen gefabriceerd, zoogenaamd aan de krijgvoerende troepen ten gebruik gegeven zouden zijn. Gisteren had ik gelegenheid, in de ambulance op het Stuivenbergplein een dergelijk projectiel te zien, waarvan de brokken uit de wonden van een Belgischen soldaat waren verwijderd.


De „gestionneur” of administrateur van dit door de Antwerpensche vrijmetselaars ingerichte hospitaal, de heer P., die mij een uitnoodiging had doen toekomen, leidde mij rond. Het slachtoffer was in den arm gewond op den 12en van deze maand, in de buurt van Wygmael, vlak bij het Leuvensche kanaal. De troep, waarvan hij deel uitmaakte, was tusschen twee vuren gekomen; plotseling was nl. een flankaanval begonnen vanuit het naburige kasteel van den hertog van Aremberg. Ik merk hierbij tusschen haakjes op, dat op de zeer uitgestrekte goederen van dezen voor den oorlog in België aan het hof uiterst gezienen heer, bijna alle om Leuven gelegen, door de Duitsche troepen in het geheel geen schade is aangericht. Dit verklaart, waarom naast volkomen uitgebrande dorpen tusschen Aerschot en Leuven gansche groepen boerenhoeven gespaard zijn gebleven; deze waren het eigendom van den hertog. Tot onmetelijke ergernis van de Louvenaars werden kort na de bezetting hunner stad op een der kasteelen groote feestelijkheden gegeven.

Maar ik keer tot den gewonde terug. De kogel was gelukkig niet in het been doorgedrongen, maar had in de vleezige deelen van den bovenarm uitgebreide verwoestingen aangericht. Van den kogelmantel waren vier stukken teruggevonden, die door den operateur bij de directie zijn ingediend met bijvoeging van een officieel rapport, waarin het gebruikte projectiel als dum-dum is aangeduid. Het lood, dat den kogel gevuld had, was niet meer in de wond teruggevonden. De vier stukken waren verwrongen, en vertoonden gescheurde randen. Gelijk men weet, kan van elk modern geweerprojectiel een dum-dum worden gemaakt door eenvoudige doorsnijding van den uit een sterk koperhoudend alliage gefabriceerden mantel. Onmoet de kogel weerstand in het getroffen lichaam, dan zal die weerstand in de eerste plaats worden ondervonden door den kogelmantel: het lood, dat veelal gesmolten aankomt, zal een sterke drukking oefenen tegen het voorste deel van den mantel, op soortgelijke wijze als een passagier in een te bruusk geremden trein een krachtige voorwaarts gerichte beweging ten opzichte van de coupéwanden ondervindt.


Het lood zal door de insnijdingen in de richting van het schot heendringen, met zulk een geweld, dat de mantel in stukken gescheurd wordt. Deze stukken brengen de beruchte verwoestingen in het lichaam teweeg. In een der stukken, die mij door den heer P. en een dienstdoenden geneesheer getoond werden, is zeer duidelijk een vrij zuivere rechte insnijding zichtbaar die echter zoo oppervlakkig is geweest, dat zij niet tot een breedere inscheuring heeft aanleiding gegeven. Verder worden de stukken door lijnen begrensd, die rechte, kunstmatig teweeggebrachte gedeelten vertoonen. Het staat voor mij vast, dat wij hier te maken hadden met een dum-dumprojectiel. Ook in andere Antwerpsche Roodekruis-hospitalen zijn dergelijke kogels geconstateerd.


Men zou echter te ver gaan, indien men voor dit misbruik eenige verantwoordelijkheid laadde op Duitsche autoriteiten. Hoe licht komt niet een pervers individu op de gedachte, om met de wond, die bij veroorzaken wil niet den dood of eene buitengevechtstelling maar een verschrikkelijke en langdurige marteling teweeg te brengen. En hoe gemakkelijk is dit niet te bereiken. Ik voeg hier nog eene opmerking bij van den geneesheer, die de operatie had verricht: tijdens het zeer moeilijke zoeken van de gekromde en verwrongen metaaldeelen uit den arm was de patiënt onder narcose gebracht; hij had in het geheel geen pijn gevoeld, en had alle symptomen vertoond van een diepen slaap; alleen had hij op elk oogenblik geweten wat er met hem gebeurde, en had dit met een toonlooze stem telkens gezegd: „Nu steken ze in mijn arm”, „Nu snijden ze”, „Ze halen er iets uit”, etc. Het feit werd mij als medische curiositeit medegedeeld.

 

(…)

In het vervolg van zijn betoog gaat de schrijver nog nader in op het werk van het Rode Kruis voor de slachtoffers in België en de vele gelden die nodig zijn om het werk van het Rode Kruis mogelijk te maken.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 28 september 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: