1914, week 39 Het Roode Kruis te Amsterdam

Hoewel Nederland neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog, hield de Amsterdamse afdeling van het Rode Kruis rekening met het ergste. Voor de verpleging van de - vewachte - duizenden gewonden in en om de hoofdstad, waren de middelen ontoereikend. Buurtcommissies werden ingezet om meer geld voor het Rode Kruis in te zamelen.

„Het Comité Amsterdam van de Nederlandsche Vereeniging „Het Roode Kruis” heeft, zooals wij onlangs mededeelden, zich tot taak gesteld, zooveel in zijn vermogen is, te zorgen voor voldoende gelegenheid tot het verplegen van zieke en gewonde militairen binnen de stelling Amsterdam.

 

Met de uitvoering dier taak gaat het comité geregeld voort, en het is daarmede dan ook reeds een heel eind gevorderd, dank zij onder meer een met het departement van Oorlog getroffen regeling, volgens welke aan het comité door het rijk een som gelds wordt afgestaan op voorwaarde, dat het comité een gelijk bedrag in goederen zal teruggeven. Toch is het comité nog niet gereed, ook als ons land niet in den oorlog zal worden betrokken. Met het oog op de, zelfs in dit gunstige geval, bestaande waarschijnlijkheid van een stijging van het ziekencijfer wordt gerekend, dat thans nog ten minste 1000 bedden meer in de in te richten nood-hospitalen beschikbaar zullen moeten zijn. Voor een dergelijke uitbreiding ontbreken echter de noodige middelen. Het kapitaal van de afdeeling Amsterdam alsmede de tot dusver ingekomen bijdragen zijn reeds geheel besteed.


Door het comité, in samenwerking met de buurtcomissies, welke zich op zijn initiatief hebben gevormd, is daarom thans een oproeping tot de ingezetenen gericht tot het verleenen van geldelijken steun. Hierbij zit de bedoeling voor, dat mocht eventueel binnen de stelling Amsterdam de aanwezige hulp de behoefte overtreffen, deze, overeenkomstig het doel van „Het Roode Kruis”, elders aan de verpleging van gewonden en zieken zal worden dienstbaar gemaakt.


De verzonden circulaire luidt als volgt: Tot nu toe bleef de oorlog buiten het Nederlandsen grondgebied, maar het is volstrekt niet zeker, dat ons land in zulke gunstige omstandigheden zal blijven. Dit legt ons den plicht op, de voorbereiding tot hulpverleening aan de ettelijke duizenden zieken en gewonden, die dan in Amsterdam te verzorgen zullen zijn, met kracht door te zetten. Daartoe behooren de maatregelen tot het eventueel gereed doen zijn van nood-hospitalen in de verschillende stadsgedeelten.

De beschikbare geldmiddelen zijn echter daartoe geheel onvoldoende, en daarom wendt zich het comité Amsterdam tot allen, die nog iets te missen hebben, veel of weinig, met het ernstige verzoek tot geldelijken steun. De hieronder vermelde commissie, op ons verzoek gevormd in de buurt uwer woning, heeft zich bereid verklaard ons comité kracht dadig te steunen. Namens het comité Amsterdam: prof. J. Rotgans, voorzitter; mr. C. H. Guépin, secretaris.

De buurtcommissies bovenbedoeld, zich hierbij aansluitende, verzoeken voor het uitgebreide werk van het Roode Kruis te Amsterdam, dringend gaven, kleine of groote, te zenden aan of ter beschikking te stellen van de penningmeesters dier commissies.”

 

(…)

Bron: Algemeen Handelsblad, 23 september 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: