1914, week 39 De oorlog en het speelgoed

Een opmerkelijk verschijnsel van de oorlog in het neutrale Nederland, was de verhoogde vraag naar oorlogsspeelgoed voor kinderen. Uniformen, speelgoedkanonnen en -soldaatjes waren niet aan te slepen, ondanks het feit dat ook de Nederlanders minder geld te besteden hadden. Een ander verschijnsel verscheen daarmee ook: het afdingen.

„Zooals alle winkeliers in weelde-artikelen, ondervinden ook de winkeliers in speelgoederen den nadeeligen invloed van den oorlog. Er wordt veel minder speelgoed verkocht dan anders en onaangeroerd staan soms dagenlang de poppen en paarden en koeien en schapen en honden achter de glazen schuifdeuren der kasten en ongeopend blijven de blok- en legdoozen. Maar op één artikel heeft, wat den verkoop aangaat, de oorlog een gunstigen invloed gehad. Voor zoover er dan nog wat verkocht wordt, zijn het doozen soldaten, trommels, trompetten, sabels, uniformpetten en heele uniformgarnituren.

In een bekenden speelgoedwinkel hier ter stede vertelde men ons, dat de Belgische soldaten al uitverkocht waren, maar daarvan was de voorraad trouwens niet groot geweest. Franschen, Duitschers en Engelschen ‘gingen’ nog voortdurend. Men had het eens met wat anders geprobeerd: de soldaten, kanonnen, forten en ander militair speelgoed werden uit de uitstalkast weggenomen en er werden fröbelartikelen voor in de plaats gelegd. Het resultaat was, dat er haast niets verkocht werd. Maar niet zoodra rukten de soldaten weer de uitstalkast binnen met hun krijgshaftige omgeving van uniformstukken en geschut, of de koopers kwamen terug. Om toch maar aan de vraag te kunnen voldoen, werd zelfs beslag gelegd op de monsters bij de grossiers. Nog een merkwaardig staaltje: soldaten in de uniformen van een eeuw geleden vonden géén koopers.

In meer dan een speelgoedwinkel vertelde men ons, dat er vóór den oorlog juist een verminderende vraag naar soldaten was. Meermalen kreeg een winkelier, die een doos soldaten wilde verkoopen, ten antwoord: ‘Dank u, ik ben tegen het militarisme’. En nu? Er moet zelfs een tijdlang een schaarschte geweest zijn in uniformgarnituren. Maar nu schijnt er weer voorraad te zijn! Die cartons met uniformstukken worden gedeeltelijk in ons land, voor een ander doel in Duitschland gemaakt, ook de Nederlandsche uniformen. Zoo zagen we in een winkel een carton met het opschrift: ‘Jäger-Uniform’ als teeken dat deze goed-Hollandsche groene jagertenue was ‘made in Germany’. Ook de Hollandsche militaire speelgoedhoofddeksels komen, voor een deel, van onze Oostelijke naburen. En een winkelier vertelde ons, dat de modellen der Duitschers beter waren dan die van Hollandsen fabrikaat, al was dit laatste degelijker.

Op den voorraad speelgoed heeft de oorlog niet veel invloed gehad. Duitschland is de grootste leverancier. Men denkt hierbij onwillekeurig aan Neurenberg, doch het fijnere speelgoed komt niet daarvandaan, maar uit Saksen en Berlijn. Nu is het de gewoonte, dat reeds in het voorjaar bestellingen op speelgoed worden gedaan. En voor een deel is het bestelde ook reeds geleverd. Met name geschiedde dit door fabrikanten die op voorraad werken. Anderen echter, die op bestelling leveren, moeten soms wachten op ruw materiaal uit het buitenland of wel hun personeel is in den oorlog. Fabrieken, die veel met vrouwen werken, zooals die van wollen poppen, hebben natuurlijk van den oorlog geen last.

De uitvoer van looden- en tinnen soldaten is feitelijk verboden, omdat lood en tin niet uitgevoerd mogen worden uit Duitschland. Een bekend speelgoedwinkelier vertelde ons, dat dit speelgoed slechts mocht worden uitgevoerd met toestemming van de Duitsche regeering. Zomerspeelgoed, zooals strandwagentjes en emmertjes en schopjes, heeft mede den invloed van den oorlog gevoeld. Het wacht in de winkels op betere tijden.

 

Ten slotte een klacht, die een groot speelgoedwinkelier ons verzocht wereldkundig te maken: een klacht over de neiging tot afdingen bij het publiek, waarvan hij tevoren nooit iets bemerkt had. En die neiging viel te constateeren bij klanten, van wie men het allerminst zou verwachten. Men beriep zich dan op den oorlogstoestand en scheen te kennen te willen geven, dat de winkelier nog blij mocht zijn contanten te zien. Overwegingen van hetzelfde allooi als die, welke aangeboden quitanties doen weigeren met quasi-humoristischo bijvoegingen als: ‘disponeeren na den oorlog’, ‘te innen aan het Vredespaleis’, enz. Heeft dus ook de speelgoedhandel den invloed van den oorlog te verduren, geconstateerd mag worden dat het in elk geval wat drukker is dan heel in het begin. Niet alleen voor dezen handel is het zeker te wenschen, dat de omstandigheden weer spoedig normaal worden!”

Bron: Algemeen Handelsblad, 23 september 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: