1914, week 38 Beschouwing op de Troonrede

“Mijne heeren! Onder zeer buitengewone omstandigheden kom ik heden weder in uw midden.” Op deze wijze begon Koningin Wilhelmina op 15 september, Prinsesdag met het voorlezen van de Troonrede van 1914. Namens de Nederlandse regering uitte ze in de Troonrede haar medeleven met de slachtoffers van de oorlog. De Telegraaf gaf die dag een beschouwing op de Troonrede en legde de nadruk vooral op het verdedigen van de Nederlandse neutraliteit.

„Voor het eerst sinds lange jaren een Troonrede met inhoud, doch welk een inhoud! En toch… Want al moge het Koninklijk woord somber klinken bij de opsomming van de slagen die ons land te midden der oorlogvoerende volkeren getroffen hebben, al moge de toestand in Indië zeer en zeer veel te wenschen overlaten, uit het geheel spreekt vastberadenheid en kloekheid, de ernstige wil de crisis tot haar kleinst mogelijke verhoudingen te beperken. En alles wijst er op, dat onze regeeering daarin slagen zal.


Een groot gevaar dreigt er nog altijd en krachtig wordt er op gewezen waar een beroep gedaan op allen, ‘om ook in handel en verkeer met zorgvuldigheid alles te vermijden, wat onze neutraliteit in gevaar zou kunnen brengen’. De zucht, om niet te zeggen hartstocht, van ons volk, om waar de kans schoon is, geld te verdienen, dateert niet van gisteren - men denke aan onze voorvaderlijke ‘lorrendraaiers’ - en wij begrijpen levendig, dat het der Regeering groote zorgen baart, haar in neutrale banen te houden.

De eigenaardige ligging van ons land, zijn groote havens en ten slotte zijn Rijnvaart-acte, die ons oplegt den goederenhandel op den Rijn toe te staan, zoo noodig te beschermen, zijn alle factoren, die in deze tijden de waakzaamheid van onze Regeering onafgebroken op een zware proef stellen, waarbij de goede trouw van heel ons volk haar een onmisbare steun is. Maakt, ondanks alles, de Troonrede op ons, Nederlanders, den indruk van kracht en bedachtzaamheid, ook over onze grenzen zal zij niet nalaten de geesten te bevredigen.

Niet overbodig schijnt het te zijn, dat er nog eens uitdrukkelijk in gezegd wordt, dat Nederland met al zijn kracht zijn volstrekte neutraliteit zal handhaven. De van zekere zijde — men zie hetgeen de heer Michel Cuypers hieromtrent in ons blad van gisteren verhaalt! — rondgestrooide geruchten over onze slappe houding tegenover een der oorlogvoerende partijen, heeft reeds te veel kwaad bloed gezet en het is zooveel te ergerlijker, omdat ieder, die onze volksstemming kent, weet, dat een Regeering, die zulks zou gedoogen of in de hand werken, eenvoudig onmogelijk zou zijn.

België’s veheven voorbeeld is voor geen enkel klein volk verloren gegaan en als een fanfare klinke het daarom uit deze Troonrede frank en fier over de grenzen: Wie onze neutraliteit zou willen schenden, zal een eendrachtig volk tegenover zich vinden!”

Bron: De Telegraaf, 15 september 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

Lees hier de volledige troonrede van 1914: www.troonredes.nl/troonrede-van-15-september-1914.

overzicht: