1914, week 36 Langs de puinhopen van België

De krant van 1 september 1914 geeft een ooggetuigenverslag van een in België woonachtige Nederlander weer. Hij beschrijft hierin de Duitse inval in de stad Leuven, waarbij de stad in puin werd gelegd. Veel inwoners werden dakloos, raakten gewond of vonden de dood.

„Aan een brief van een in België woonachtig Nederlander, die zich Vrijdag 21 Augustus nog te Charleroi bevond en sindsdien via Brussel en Leuven naar ons land terugkeerde, zijn de volgende bijzonderheden ontleend:
(…)
Wij reizigers, die, dank zij onze pas, overal goed langs kwamen, werd door soldaten verboden, langs den ijzeren weg naar Leuven te gaan. Omdat ze daar schieten, zeide een infanterist, die onbewegelijk als een bronzen beeld, den arm op ’t geweer geleund, den toegang tot den spoorweg bewaakte.

En in Leuven werd geschoten. Er werd gemoord, gemarteld, vernield. De aanblik der ellende, die daar tusschen die kale, geblakerde muren heerschte…. welke pen zal haar beschrijven! Leuven, vroeger een nijvere stad met 50.000 inwoners, welke vreedzaam leefden te midden van haar kunstschatten, haar fiere cathedraal St. Pierre, haar in gotischen stijl opgetrokken Hotel de Ville, haar beroemde universiteit…. thans één hoop gebrokkelde zwarte steen, waaruit een zwarte walm langzaam in de richting van Brussel dreef, het land in den omtrek als ’t ware bedekkende met een sluier van rouw.

Bij tientallen lagen de inwoners, mannen, vrouwen en kinderen tusschen het puin in de openingen, die eens avenues, boulevards waren. Cadavers van paarden, honden en katten daar tusschen door. Eerst was alles in brand gestoken en terwijl de gloed ’s nachts de omgeving verlichtte, werden de Duitsche vuurmonden op de stad gericht, om bij ’t aanbreken van den dag ook de nog overgebleven muren van gebouwen en huizen omver te schieten.

Fier stak nog de kerktoren z’n spits omhoog. De granaten namen nu eens hier, dan weer daar een stuk van zijn romp weg. En eindelijk zwichtte hij voor ’t zware geschut; donderend stortte het gevaarte omlaag, een wolk van stof omhoogjagend.
En steeds knallen de schoten en beschreven de kartetsen hun bogen boven de stad. Bij tientallen kwamen de Leuvenaren, in hun kelders om, gestikt, verpletterd.

Het Bosch nabij Leuven was vol vluchtelingen. En kwam er een eenzame vluchteling aan, dan snelden half gekleede kinderen vooruit en staken de handjes in de hoogte. De Uhlanenvrees! Moeders met zuigelingen aan de borst zaten tegen de stammen der bomen geleund en snikten. (…)”

Bron: De Telegraaf, 1 september 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: