1914, week 35 Lijkvelden in België

Lijkvelden in België

Op de voorpagina van de krant De Tijd doet een oorlogscorrespondent op 25 augustus verslag van de gruwelen aan de Belgische zijde van de grens. Het verslag met de titel ‘lijkvelden’ laat weinig aan de verbeelding over.

„MAASTRICHT, 23 Aug. (Van onzen oorlogscorrespondent T.) Sinds eenige dagen is het buitengewoon stil in de streek van Visé, waar de gruwelen en excessen van den modernen oorlog op niet te beschrijven wijze hebben plaats gehad. Ik was Zaterdagmiddag nog eens een kijkje gaan nemen; in de verte zag ik reeds het kerkje van Mouland en het college Sint-Hadelin te Visé.

 

In Mouland zelf is het doodsch, stil; er hing een afgrijselijke lucht van lijken. Tientallen cadavers van varkens en koebeesten zijn aan de verrotting prijs gegeven. De meeste huizen zijn afgebrand en de enkele, die er nog staan, zijn zonder ruiten, deuren en meubelen. Doch het meest trof me, dat de handen van sommige in den grond gestoken soldaten of burgers boven den grond uitstaken. Dat was een allertreurigst gezicht; de handen waren reeds zwart, en de lijken zijn slechts met een paar decimeters aarde bedekt…. Huiverend en sidderend verliet ik het kerkhof te Mouland, een welvarende gemeente was platgebrand. En ik dwaalde verder, en bracht den zakdoek aan den neus, want de lijklucht werd ver door den wind gedragen.

Ik ontmoette een paar unlahnen, die blijkbaar patrouille reden, en met wie ik een gesprek aanknoopte; zij bleken Katholieken te zijn. Met verbazing en leedwezen vernamen ze dat den Paus was overleden. Reeds weken bleken ze zonder nieuws te zijn, zoodat ze al evenmin wisten, dat Brussel door de Duitsche troepen bezet werd. En ijlings reden ze weg, om het groote nieuws aan hun kameraden te gaan vertellen.

Wat verder zag ik hoe de Duitschers een nieuwen weg hebben aangelegd; de te Visé gearresteerde burgers moeten de Duitsche soldaten flink helpen. Een Duitsch onderofficier vertelde nog, dat de „zivilisten” „pro stunde” worden betaald. Dan zag ik een groot terrein, met stokken in den grond gestoken. Om de stokken was stroo gewonden. Daar rusten de Duitsche krijgers, die vóór Lixhe sneuvelden.

Geen schot werd in de landschappen gehoord. ‘t was ijzig stil. Nu en dan vloog er een vlucht kraaien krassend over de akkers. De zon goot haar stralen over het heuvelachtige terrein in ‘t Zuiden: één bont tapijt van kleuren. Welk een verschil met enkele dagen geleden! De oorlog heeft in deze streek zijn bloedende taak volbracht. De oogst ligt vertrapt, waar de zeis van den landman moest blinken, liggen de boeren en krijgers den dag der opstanding te verbeiden.”

Bron: De Tijd, 25 augustus 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: