1914, Week 32: Met de laatste trein van Wiesbaden naar Rotterdam

De oorlogsdreiging was voor reizigers op het Duitse spoor direct merkbaar. Een Rotterdamse reisde op zaterdag 1 augustus met de laatste grensoverschreidende reizigerstrein vanuit Wiesbaden via Keulen terug naar Nederland. Ze beschrijft uitgebreid wat ze zag onderweg. Enkele passages uit dit verslag.

Zoolang zelfs officieele personen en gezaghebbende bladen bleven hopen, dat de vrede in Europa bewaard zou blijven, was het voor allen, die hunne vacantie genoten te midden van de stille vredigheid van bosschen en velden, een gansch ondenkbaar geval, dat eenig land den twijfelachtigen moed zou hebben de lont te werpen in het politieke kruit”

(…)

De treinen waren overvol met reizigers en bagage. Niet alleen met Nederlanders, maar ook veel Duitsers die probeerden het land te ontvluchten. “In Keulen staat het station zo vol met reizigers, dat we niet durfden kijken, hoe de menschenmassa zich in onzen trein zou werken. De gangen van onze wagens liepen vol en ook de eetwagen raakte geheel vol met reizigers en bagage. Jammer dat er geen fotograaf was uitgezonden om hier en daar een kiekje te nemen.”

(…)

“Intusschen zag men onderweg ook ongewone dingen. Op het rangeerterrein voor Keulen stonden rij aan rij de lange, leege treinen gereed voor de mobilisatie. De bruggen, de stations, werden door posten soldaten bewaakt en naarmate het later op den middag werd, voelde men het uur der mobilisatie naderen. Opgehoopte menschenmassa’s aan de kleine stations en de overwegen, die wij voorbij trokken. Op de landwegen, groepen mannen op weg naar hun vereenigingsplaats, met een armzwaai hun laatsten groet aan de achterblijvenden brengende, met eene geveinsde luchthartigheid, die wij ook reeds te Wiesbaden bij een valsch alarm hadden opgemerkt.”

(…)

“Met een uur vertraging bereikten wij Emmerik, waar de order Alles aussteigen ons opschrikte. De Duitsche wagens mochten de grens niet meer over. Een Hollandsche trein stond gereed om ons over te nemen.” Even later werd de trein in Empel* opnieuw stilgezet en moest iedereen opnieuw uitstappen. We moesten gevisiteerd worden. Waarom, begreep niemand. Met onze 7 stuks handbagage werden we nu in en door een visitatielokaal gedrongen.Een afschuwelijk benauwde tocht, te onaangenamer, daar ‘t achteraf een overbodige plagerij bleek. Het gold de controle van de paspoorten. Twee Duitsche militairen hadden toe te zien, dat geen Duitsche burger ontsnapte aan zijn militieplichten.

Ik bemerkte toen, dat zich in onzen trein vele Nederlandsche arbeiders bevonden, die van hun werk in Duitschland werden teruggeroepen voor onze mobilisatie. Met hun bezittingen in een zak op den rug en hun oproepingsbrief in de hand passeerden zij de Duitsche controleurs.”

(…)

“Over half één kwamen wij met 5 ½ uur vertraging aan ons dierbaar Maasstation, waar wij voor het laatst onze handbagage oppakten.

* In het verslag wordt gesproken over Empel. Vermoedelijk wordt hier Elten (tussen Emmerich en Zevenaar) bedoeld.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3 augustus 1914 (Ochtendblad)

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl.

overzicht: