1914, Week 31 "Deze Week In de Grote Oorlog"

Oostenrijk’s nota - Servië’s antwoord

Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië, het feitelijke begin van wat zou uitgroeien tot „De Eerste Wereldoorlog”. Servië had in de ogen van Oostenrijk-Hongarije niet voldaan aan het eisenpakket dat de dubbelmonarchie had opgesteld naar aanleiding van de moord door de Servische student op de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand op 28 juni van dat jaar. Maar wat waren dan die eisen? De Telegraaf zette deze op 28 juli 1914 in het avondblad nog eens op een rijtje.

Bron: De Telegraaf, 28 juli 1914 (Avondblad)

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

 

Eischen van Oostenrijk Antwoorden van Servië
Op de eerste pagina van het Staatsblad de publicatie van een „mea culpa” van Servië, waarvan de Donaumonarchie zelf den tekst zou dicteeren. De Servische regeering willigde dezen eisch in.
Oostenrijk eischte dat deze verklaring ter kennis gebracht zou worden van het Servische leger door middel van een koninklijke dagorder. De Servische regeering willligde dezen eisch in.
Oostenrijk eischte dat de koninklijke Servische regeering zich van haar kant zou verbinden:
1e Om elke publicatie te verhinderen die den haat tegen en de verachting van de Oostenrijks-Hongaarsche monarchie zou kunnen opwekken.
De Servische regeering heeft toezegging gedaan, de Servische wet op de vrijheid van drukpers te wijzigen.
2e Onmiddellijk over te gaan tot ontbinding van de vereeniging „Nadrodna Obrana” en op dezelfde wijze te handelen jegens de andere Servische vereenigingen en corporaties, die zich bezig houden met de propaganda tegen Oostenrijk-Hongarije. De Servische regeering willigde dezen eisch in.
3e De leeraren, ambtenaren en officieren te ontslaan, die zich schuldig hebben gemaakt aan propaganda tegen de Oostenrijk-Hongaarsche monarchie en van wie de Oostenrijk-Hongaarsche regeering zich het recht voorbehoudt, de namen en de handelingen aan de Servische regeering mede te deelen en tevens de medewerking te aanvaarden in Servië van de Oostenrijks-Hongaarsche autoriteiten bij het onderdrukken van de revolutionaire beweging, die gericht is tegen de integriteit van de monarchie. De Servische regeering heeft toegezegd, de leeraren, ambtenaren en officieren, wier deelname aan de anti-Oostenrijksche propaganda bewezen is, te ontslaan.
Zij vraagt, dat haar de namen der schuldigen zullen worden medegedeeld.
4e Een gerechtelijk onderzoek in te stellen tegen de deelnemers aan het complot van den 28en Juni, die zich op Servisch grondgebied bevinden.
 
Door de Oostenrijk-Hongaarsche regeering zullen gedelegeerden benoemd worden, die zullen deelemen aan het onderzoek naar de schuldigen.
De Servische regeering willigde dezen eisch in.
5e Onmiddellijk over te gaan tot de arrestatie van den commandant Voija Tankosisch en van een zekeren Milan Ciganovitch, Servisch staatsambtenaar, die door het onderzoek van den moordaanslag te Serajewo zijn gecompromitteerd. De Servische regeering willigde dezen eisch in.
6e Oostenrijk stelt een zeker aantal eischen tegenover sommige Servische ambtenaren met betrekking tot het transport van wapenen, het afdanken van troepen en de bestraffing der Servische grens-beambten. De Servische regeering willigde dezen eisch in.
Indien ten slotte de Oostenrijk-Hongaarsche regeering deze explicaties onvoldoende acht, beroept Servië zich op het Haagsche scheidsgerecht en op de verschillende mogendheden, die het verdrag van 1909 in zake Bosnië en Herzegowina hebben onderteekend.

overzicht: