1914, Week 28 "Deze Week In de Grote Oorlog"

Servië tegenover Oostenrijk

De krant van 8 juli 1914 behandelt de onduidelijkheid met betrekking tot de gevolgen voor Nedeljko Čabrinović, de Serviër die de handgranaat gooide naar de auto van Franz Ferdinand. De handgranaat miste z’n doel en ontplofte onder één van de volgauto’s.

„Pasjits, de minister-president, heeft te Belgrado een medewerker ontvangen van het Hongaarse blad Az Est en hem zijn misnoegen te kennen gegeven over de aanvallen op Servië. Servië staat met de misdaad te Sarajewo in geenerlei verband. Zelfs zou Cabrinowic uit Servië worden gezet. Alleen op verzoek van den Oostenrijksch-Hongaarschen gezant was daar niet van gekomen. Deze heeft hem een bewijs van goed gedrag gegeven. Tot nog toe heeft Oostenrijk, zoo zeide Pasjits verder, te Belgrado geen stap in verband met den moord op Frans Ferdinand gedaan.


Slechts heeft de Servische regeering eenige vragen gesteld over den levenswandel van enkele uitgeweken studenten. Die vragen zijn onmiddellijk zoo hoffelijk en zoo snel mogelijk beantwoord. Mocht Oostenrijk/Hongarije een stap als bovenbedoeld ondernemen, dan zal Servië alles doen, wat elke andere beschaafde staat in dergelijke omstandigheden doen zou.

 

Mag men nu het officieuse Weensche Fremdenblatt geloven, dan heeft Pasjits een onwaarheid gezegd. Dit blad schrijft:
Een blad te Belgrado beweert, dat het Oostenrijksch-Hongaarsche consulaat te Belgrado in zooverre schuld heeft aan den aanslag, dat het ten behoeve van Cabrinowic, dien de Servische politie als een verdacht persoon uit het land wilde zetten, tusschenbeide was gekomen.

Het consulaat zou zich in een brief aan de politie te Belgrado voor Cabrinowic borg hebben gesteld en hebben verlangd, dat hij niet zou worden lastig gevallen. De politie zou met het verlangen van het consulaat rekening hebben moeten houden, ofschoon haar Cabrinowic verdacht bleef voorkomen.

 

Tegenover deze voorstelling van zaken, zoo schrijft het Fremdenblatt verder, zijn wij in staat om het volgende op grond van authentieke inlichtingen mee te deelen. In het begin van December van het vorige jaar wendde zich de politie van Belgrado officieel tot het Oostenrijksche consulaat aldaar met de vraag, of hetgeen Cabrinowic aan de Servische politie over zijn persoon en zijn vroeger leven had gezegd juist waren.


De Oostenrijksch-Hongaarsche consulaat stelde zich met de landsregeering te Sarajewo in verbinding en gaf op grond van de verkregen inlichtingen ten antwoord aan de politie te Belgrado, dat Cabrinowic tot dusver van onbesproken gedrag was en dat de verklaringen over zijn persoon op waarheid berustten. Tot verdere mededelingen had het consulaat geen aanleiding.
Volslagen onjuist is het dus, dat het consulaat ten behoeve van Cabrinowic tusschen beide is gekomen of zich voor hem borg heeft gesteld.”

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 8 juli 1914

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: