1914, Week 22 "Deze Week In de Grote Oorlog"

Toenemende spanningen tussen België en Nederland

In het Algemeen Handelsblad van 31 mei 1914 schrijft de correspondent in België een uitgebreid relaas over de toenemende spanningen tussen België en Nederland. Dit naar aanleiding van een aantal patriottistische artikelen en brochures die in België verschenen. Naast het oud zeer van 1830, spitst de discussie zich vooral toe op een eventuele Belgische militaire toegang tot de (neutrale) Westerschelde. Enkele passages uit het relaas.

„Hoe dwaas en ongelooflijk het ook klinken moge, toch gaat het ijdele spook van een heimelijke, geniepige vijandschap van Holland tegenover België, voort met zekere goed Belgische patriotten het slapen te beletten. Niettegenstaande de steeds toenemende goede verstandhouding tusschen beide landen, niettegenstaande alles wat er gedaan wordt om de Hollandsch-Belgische toenadering te versterken, sidderen die zwart-geel-en-roode vaderlanders bij de gedachte, dat Holland op zekeren mooien morgen de Schelde in beslag zou kunnen nemen en zij zien zichzelven reeds, uitgedost met den kiel en de politiemuts der revolutionairen van 1830, onder ‘t zingen van een ‘Brabanconne’ naar de grens ijlen. ‘L’orange a brisé le belge!’…

 

Gelukkig zijn die brave jongens al heel weinig talrijk, gelukkig is de sympathie voor Holland, vanwege de Vlamingen vooral, zóó groot, dat al hun gezwets voorloopig geen weerklank heeft. Maar zij toonen zich, langs een anderen kant, weer zoo ijverig, zij schrijven en wrijven heele kranten en brochuren vol, zij slaan een zoo hoogen toon aan, en doen zoo gewichtig, dat men op den duur wel genoodzaakt is, hun lawaai te hooren.”

 

(…)

 

„Dit (het ontbreken van een verdedigingsplan van de Schelde, red.) wat betreft den vredestijd. Geheel anders is de toestand bij oorlogstijd. De gansche Westerschelde behoort tot het Hollandsch grondgebied, waarvan de schending dient te worden verhinderd.

Strikt genomen zou Holland (…) den toegang van dien zeearm aan ieder oorlogsschip kunnen weigeren. Maar indien nu België, gemengd in een verdedigingsoorlog, beroep moest doen op een mogendheid die de Belgische neutraliteit waarborgt?

 

In dit geval zou volgens de beginselen der Conventie van ‘s-Gravenhage, krachtens de welke niet als een vijandelijke daad mag worden beschouwd het feit dat een onzijdige mogendheid zelf met geweld de aanslagen op hare onzijdigheid afweert, Holland den doortocht moeten dulden van een eskader toebehoordend aan eene niet oorlogvoerende natie. Derhalve zou België het recht hebben zich van zijne krijgsvloot te bedienen.”

Algemeen Handelsblad 31 mei 1914, ochtendblad

Bekijk de volledige editie van deze krant op www.delpher.nl

overzicht: