1914, Week 14 "Deze Week In de Grote Oorlog"

Minder koffiepauzes voor de Nederlandse dienstplichtigen

De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 10 april 1914 gaf een discussie weer over het niveau van de opleiding van dienstplichtige militairen. De vraag was of deze wel goed aansloot bij hetgeen hiervan verwacht werd en of de eisen aan de dienstplichtige wel voldoende scherp waren geformuleerd. Een opmerkelijk verbeterpunt werd gezocht in het verminderen van de koffiepauzes en de vrije tijd voor de militairen in opleiding…<--break->

Naar aanleiding van het verslag der Legercommissie heeft de minister van oorlog een rapport over dat verslag verzocht, voor zoover het betreft de opleiding van de dienstplichtigen. De commandant der 2de divisie heeft thans een zeer uitvoering rapport aan den minister van oorlog ingediend, waaraan het volgende is ontleend: Het is juist, dat in den “Grondslag Opleiding Infanterie” niet volledig en scherp geformuleerd zijn de eischen, waaraan de soldaat aan het einde van den opleidingstijd moet voldoen. Het ware inderdaad gewenscht, dat wordt vastgesteld datgene, wat de dienstplichtige, met het oog op zijn oorlogsbestemming, in den eersten oefeningstijd geleerd moet worden.

 

Het doel der opleiding is niet alleen het verkrijgen van een zekere lichamelijke vaardigheid en het aanleeren van een zekere hoeveelheid positieve kennis; de soldaat moet ook zijn een stipt gehoorzaam, maar tevens denkend, medewerkend uitvoerder van den wil der meerderen. Dat ook aan dezen eisch voldaan werd zou uit de straflijsten en uit de aanteekeningen, die daartoe bij de compagnie gehouden werden, kunnen beoordeeld worden. Voor alles moeten de eischen, waaraan de soldaat moet voldoen, vaststaan.

 

Het verschil in inzichten, dat zich in den loop der jaren heeft geopenbaard, inzake hetgeen men meende te moeten en mogen vorderen is oorzaak geweest, dat de “Grondslag Opleiding” allerminst een vaste grondslag is geweest. De beschikbare oefeningstijd moet zoo goed mogelijk gebruikt worden. Alle bijzaken moeten te allen tijde zoo mogelijk in de tusschenuren plaats hebben. Het geven van groote rusten op het midden van den dag, het naar de kazerne gaan om koffie te drinken moet vermeden worden, zoo dit, in verband met de geoefendheid en met de te behandelen oefenstof, maar eenigszins mogelijk is.

 

Ten aanzien van de vrijheid van beweging buiten de diensturen neme men mede eenige beperking in acht. Met het verleenen van permissie zij men niet te vrijgevig: het is volstrekt niet noodig een dienstplichtige, die een of twee dagen onder de wapenen is, en zelfs nog niet in uniform is gekleed, met permissie te laten gaan. Op die wijze geraakt de jonge dienstplichtige nimmer vertrouwd met zijn omgeving. Maar bovendien moet het verkrijgen van eenigerlei permissie steeds beschouwd worden als een gunst, als een belooning voor ijver en dus als een prikkel om bij de oefeningen de grootst mogelijke inspanning te betoonen.

Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 10 april 1914

Bekijk de volledige editie van deze krant op www.delpher.nl

overzicht: